Jongeren wachten langer op hun eerste keer seks. Dat blijkt uit onderzoek van HBSC Vlaanderen. Uit hun vierjaarlijks onderzoek blijkt dat de cijfers blijven dalen. Sarah Van Laerhoven geeft meer duiding over de leefwereld van jongeren en hun seksleven.
Wat maakt dat jongeren terughoudender zijn als het over seks gaat?
“De hashtag MeToo heeft veel effect. Jongeren zijn soms bang om over grenzen te gaan. Daardoor wachten ze langer om bepaalde stappen te nemen of om interesse te tonen in iemand. Daarnaast is er een maatschappelijke tendens. Alles rond seksualiteit wordt terug iets preutser of moeilijker bespreekbaarder.
Ook online wordt alles uitvergroot. Plus: het hele gender aspect, in de zin van het slut-shaming bij meisjes. Ze zijn bang voor de vooroordelen zoals de leeftijd en de hoeveelheid sekspartners die ze hebben. Er wordt bij meisjes veel sneller met de vinger gewezen dan bij jongens.
Nemen jongeren tegenwoordig meer tussenstappen dan vroeger?
“Ik denk dat vooral die online stappen zorgen voor vertraging. Veel jongeren leren elkaar online kennen, via Snapchat, Instagram enzovoort. Ze praten heel lang online voor ze elkaar effectief ontmoeten.
Anderzijds leren ze elkaar ook op school kennen. Maar dat tussenstapje van online eerst veel met elkaar praten blijft.”
Zijn jongeren dan voorzichtiger met sexting?
“Er zijn jongeren die het wel oké vinden en die het niet oké vinden. Het oordeel naar elkaar toe als er zo’n naaktfoto uitlekt, is altijd heel groot. Dan zijn jongeren vaak minder mild voor elkaar. En leggen ze altijd de schuld bij het slachtoffer: ‘Je had maar niet zo dom moeten zijn om die foto van jezelf te sturen.’ Dus er wordt nog altijd met het vingertje gewezen.”
Spreken jongeren nog binnen de vriendengroepen met elkaar over seks?
“Wat ik hoor uit de vormingen, is dat het binnen de vriendengroep bespreekbaar blijft. De manier waarop, vind ik zelf ook moeilijker om helemaal te achterhalen. Ik merk dat er bij jongens nog altijd iets minder kwetsbaar over gesproken wordt, dan bij meisjes. Daarnaast merk ik dat zaken zoals porno bij jongens heel bespreekbaar zijn. Bij meisjes onderling is dat vaak nog moeilijk.
Masturbatie en porno is bij jongens veel opener te bespreken. Dat komt voort uit stoerdoenerij en minder vanuit die kwetsbaarheid. Bij meisjes merk je dat thema’s zoals porno en masturbatie vaak wel moeilijk zijn om onderling te bespreken.”
Hoe kijken scholen tegenwoordig om naar seksuele opvoeding?
“Vanaf de tweede graad zit SO niet meer in de eindtermen. Scholen zijn vrij om zelf te kiezen in hoeverre ze dat thema aan bod laten komen. In de eerste graad is het wel verplicht. De scholen waar er weinig gebeurt rond die thema’s, daar komen wij uiteraard niet. Dus daar heb ik weinig zicht op.”
Hoe belangrijk vindt u dat die vormingen bewust worden gegeven?
“Heel belangrijk. Ten eerste: jongeren zijn altijd vragende partij om het daarover te hebben. Ook al staat het internet vol met informatie. Jongeren weten echt niet altijd welke informatie er juist is en welke niet.
Ten tweede, op het internet lezen ze wel informatie, maar zo’n gesprek met leeftijdsgenoten over hoe zij dat zien vind je niet terug op het internet. Dus de school is daar bijna, naast het jeugdwerk, de enige plek waar zo’n zaken besproken kunnen worden.
En ten derde, jongeren van het eerste middelbaar of het tweede middelbaar hebben vragen, maar jongeren van het vijfde of het zesde middelbaar hebben evengoed vragen. Dat zijn vaak andere vragen, maar die zitten allebei met heel veel vragen.
Dus in een ideaal scenario komt relationele en seksuele voorlichting echt een aantal keer aan bod in het middelbaar. En niet maar op één moment. Want ook nadien hebben jongeren heel veel nood aan die gesprekken.”




