“Een therapiedier is niet enkel om te aaien of te knuffelen”

Therapiedieren zijn dieren die op allerlei manieren iemand helpen bijleren, gezelschap houden of doen openbloeien als persoon. 17 November was een dag die aandacht vroeg voor voor deze pluizige vrienden. “Het zijn geen knuffelbeestjes, maar opgeleide hulpdieren”, vertelt Inge Pauwels, voorzitter van ‘therapiedieren vzw’.

Wat zijn zoal wat voordelen die zo een opgeleid therapiedier kan brengen?

Oneindig veel. Er zijn al heel wat wetenschappelijke studies rond gedaan, maar een van de grootste is dat er oxytocine vrijkomt, ‘het knuffelhormoon’. Het geheugen van mensen verbetert. Mensen voelen zich beter in hun vel. Ze worden socialer want ze praten tegen mensen over hun dier. In scholen kunnen met behulp van therapiedieren bijtincidenten bij kinderen vermeden worden door ze te leren omgaan met dieren. Leeshonden in een bibliotheek sporen mensen sneller aan om te gaan lezen, vooral bij kinderen met leesstoornissen is dit goed. Leren spreken voor en tegen mensen door eerst tegen hun therapiedier te spreken. De lijst is eindeloos.

Met welke dieren gaat u dan het meest om?

Een therapiedier dat kan bijna elk dier zijn. Een konijn, een fret, een roofvogel ,… maar het grootste percentage therapiedieren zijn nog altijd honden.

Welk hondenras is dan het meest geschikt als therapiedier?

Het allereerste therapiedier in Vlaanderen was een Amerikaanse stafford, dat ras heeft zijn reputatie niet mee. De allereerste klashond was een rottweiler, bij deze soort geldt hetzelfde. Er is niet echt een bepaald ras geschikt als therapiedier, het heeft vooral met het individuele karakter te maken.  Het is niet zo dat er vooral golden retrievers en labradors ingezet worden, zoals bij assistentiehonden. Het kan elk ras zijn, maar het hangt écht af van het karakter.

U geeft ook een cursus over het opleiden van en omgaan met therapiedieren. Vanwaar komt dat initiatief?

Een paar jaar geleden hadden mensen nog nooit gehoord van therapiedieren en nu zien we jaarlijks de interesse toenemen. In Amerika zijn therapiedieren heel normaal, maar hier nog niet.

We merken dat veel meer mensen ervoor openstaan, zeker na incidenten. Mensen gaan op bezoek in een woonzorgcentrum met een hondje, maar helemaal niets kennen van hun eigen hond. Dan krijg je rare scenario’s, zoals een hond die vol enthousiasme bij een oud vrouwtje op de schoot springt en met zijn scherpe nagels wonden veroorzaakt. Ik wil niet met de vinger wijzen, maar dat mag gewoon niet gebeuren. Daarom vinden wij dat daar een kader rond moet komen zodat mensen hun hond leren kennen.

De opleiding gaat ook niet alleen om het in toom houden van je hond. Als er ooit iets moest gebeuren met je dier, moet je EHBO-basis voor dieren kennen. Je leert bij ons ook hun lichaamstaal lezen. Zo kan je ook wat meer met je therapiedier dan enkel aai- of knuffeldier zijn, want dat is vaak de misvatting. Deze dieren zijn opgeleid om bepaalde doelstellingen te bereiken.

Hoe gaat zo een opleiding tot therapiedier dan in zijn werk?

Dat is tweeledig. Enerzijds is er een opleiding nodig voor het baasje of de begeleider, langs de andere kant is het de opleiding en certificering van het dier.

Hoe lang duurt zo een opleiding dan?

Die kan een paar weken tot maximaal enkele maanden duren. Het hangt van de ervaring van de eigenaar af, maar ook van het dier. Oefenen ze vaak thuis? Heeft het dier moeite om bepaalde zaken aan te leren? Er komen verschillende factoren bij kijken.

Kost zo een opleiding dan niet veel geld?

Opnieuw hangt dit af van de eigenaar. Als je thuis veel traint dan kan je heel wat besparen. Je betaalt immers per trainingssessie. Als je iets specifieker wil gaan met de training of je het dier tot een bepaalde groep wil laten behoren, zoals een klashond, dan gaat dat iets meer kosten.

Wat als u nu een hond over de vloer krijgt die totaal geen potentieel heeft als hulpdier?

Dan moeten we daar eerlijk over zijn tegen de eigenaars, ook al is dat vaak niet fijn voor iemand dat iets wou doen met zijn of haar dier. Voor de dieren zelf zijn er medische testen; als ze iets mankeren zijn ze meestal niet geschikt als hulpdier. Gedragsmatig kunnen ze ook ongeschikt zijn: vanzelfsprekend is agressie uit den boze, maar te zware angsten en stress zijn ongewenst bij therapiedieren. Zeker als het dier dan dingen moet doen waar het zelf angst voor heeft, dat is ethisch onverantwoord.

Vindt u dat therapiedieren vaker ingezet moeten worden en meer de spotlight moeten krijgen?

Er zijn al onderzoeken die aanwijzen dat een baard of schoenzool veel vuiler is dan bijvoorbeeld een hond in een ziekenhuis. Het is natuurlijk ook niet de bedoeling dat iedereen zomaar op bezoek komt met een ongetraind dier. Daarom is het wat dubbel. Toch zou het fijn zijn als er wat meer openheid was voor onze therapiedieren, ze doen het immers zo geweldig goed.

Wil je dat anderen dit ook lezen? Deel!

Zeen is a next generation WordPress theme. It’s powerful, beautifully designed and comes with everything you need to engage your visitors and increase conversions.

More Stories
AP Hogeschool
Code rood in het hoger onderwijs wordt verlengd