In 2025 werden 1.992 dopingcontroles uitgevoerd. Bij 22 controles werden afwijkende gegevens vastgesteld. Dat blijkt uit de nieuwe cijfers van Statistiek Vlaanderen, die op 22 oktober gepubliceerd zijn.
De strijd tegen doping stopt niet aan de finishlijn. Naast controles zetten sportfederaties ook in op preventie en begeleiding van hun atleten. Hoe proberen zij dopinggebruik te voorkomen en welke rol spelen trainers en sportclubs daarbij?
Volgens Wim Mertens van Statistiek Vlaanderen speelt het beschikbare budget een rol bij de planning van dopingcontroles door het Vlaams antidopingagentschap NADO Vlaanderen. “Er wordt vooral ingezet op sporten met een verhoogd risico op dopinggebruik, zoals wielrennen, fitness en bodybuilding. Daarnaast worden steekproefsgewijs controles uitgevoerd.”
Extra kosten
Die controles vinden niet uitsluitend tijdens wedstrijden plaats. “Buiten wedstrijdverband kunnen sporters op andere momenten gecontroleerd worden, bijvoorbeeld tijdens een training of thuis”, legt Wim uit.
De Vlaamse Gewichtheffers Federatie informeert haar atleten over mogelijke controles. “In onze uitnodigingen voor evenementen wordt vermeld dat NADO Vlaanderen controles komt uitvoeren op bepaalde wedstrijden”, zegt Jord Gabriëls van de federatie.
Toch ziet Xavier Vandermeulen van Belgian Cycling ruimte voor verbetering. “NADO Vlaanderen moet meer aandacht besteden aan controles na het wielerseizoen.” Buiten het wielerseizoen blijven renners verder trainen, waardoor dopinggebruik in die periode niet uitgesloten is. Tegelijk benadrukt hij dat het bijzonder moeilijk is om dopinggebruik volledig te bannen. “Extra controles brengen immers kosten met zich mee.”
Preventie begint bij de jeugd
“Belgian Cycling organiseert sinds 2013 verplichte informatie- en gezondheidssessies voor junioren van 17 en 18 jaar. Die vinden plaats op acht locaties in Vlaanderen en Wallonië. Wie niet deelneemt, mag niet starten op regionale en lokale kampioenschappen”, zegt Vandermeulen.
Volgens Vandermeulen is er de afgelopen jaren steeds meer aandacht gekomen voor preventie. Hij beschouwt Belgian Cycling daarin als vooruitstrevend tegenover andere Belgische sportfederaties. “De connotatie rond doping in het wielrennen is de afgelopen 15 à 20 jaar sterk veranderd. Waar de sport vroeger vaak met dopingschandalen werd geassocieerd, ligt de nadruk vandaag meer op de prestaties van toprenners”, voegt hij toe.
De Vlaamse Gewichtheffers Federatie probeert haar atleten op een andere manier bewust te maken van dopingrisico’s.
“Onze sporters worden via sociale media geïnformeerd over de middelen die problemen veroorzaken. Daarnaast krijgen de atleten de website van NADO Vlaanderen waarmee ze kunnen controleren welke supplementen toegelaten zijn”, zegt Gabriëls.
De rol van de sportomgeving
Maar preventie stopt niet bij het informeren van sporters. “Trainers spelen een belangrijke rol. Wanneer een trainer zelf met doping in contact komt, kunnen ook de sporters ermee geconfronteerd worden”, licht Gabriëls toe.
Bij Belgian Cycling krijgen jonge wielrenners tijdens de verplichte preventiesessies uitleg van de arts van de nationale ploeg. “Tijdens deze sessies wordt uitgelegd hoe een dopingcontrole verloopt maar ook het belang van gezonde voeding komt aan bod”, legt Vandermeulen uit.
Ook sportclubs dragen verantwoordelijkheid in de strijd tegen doping. “De federatie probeert clubs en atleten zo goed mogelijk te informeren, maar we kunnen niet beoordelen wat er binnen de afzonderlijke clubs daadwerkelijk gebeurt”, geeft Gabriëls toe.
De grootste uitdaging blijft dan ook niet alleen het opsporen van dopinggebruik, maar vooral voorkomen dat sporters naar verboden middelen grijpen.
De omslagafbeelding is afkomstig van Arthur Mertens en wordt met zijn naamsvermelding gepubliceerd.



