Olivier Sauveur

Olivier Sauveur: “Tijdens concerten gaat het alle kanten uit”

Van broeierige concertzalen tot stoffige archiefruimtes. Zo lang jazz de klok slaat, voelt muziekconservator Olivier Sauveur zich overal thuis. “Het anarchistische aspect blijft me mateloos boeien.”

“Jazz heeft nog een lang leven voor de boeg,” glundert Olivier Sauveur, conservator van La Maison du Jazz in Luik. Dat het bruisende muziekgenre al behoorlijk wat jaren op de teller heeft staan, valt dan weer af te leiden uit de collectie van het documentatiecentrum. Zo ver het oog strekt, gaan kasten gebukt onder het gewicht van elpees, cd’s en dvd’s. In kartonnen dozen wachten boeken, magazines en krantenknipsels op een felbegeerd plaatsje aan de wand.

“Helaas kleeft er nog altijd een ietwat oubollig etiket aan het genre,” zegt Sauveur wanneer we plaatsnemen in een van de volgestouwde lokalen. “Toch vinden jonge mensen steeds vaker hun weg naar jazzfestivals. Dat komt ongetwijfeld door de huidige generatie muzikanten. Zij zoeken meer en meer de raakvlakken op met andere genres, zoals hiphop en rap.”

Hoe vond u de weg naar het genre?

“Een twintigtal jaar geleden sleurde een vriend me mee naar een concert van de Belgische band Greetings From Mercury. Dat was mijn eerste kennismaking met jazzmuziek. Het optreden blies me van mijn sokken. Ik dacht: op een dag zal ik een echte jazzfan zijn.” (lacht)

Liet dat moment lang op zich wachten?

“Ja. Ik luisterde in die periode vooral naar elektronische muziek. De jazzy invloeden en klanken die daarin vervat zitten, trokken mijn aandacht. Mijn collega, die op de jazzafdeling bij Fnac werkte, bracht me de omgekeerde beweging bij. Gaandeweg liet ik de elektronische muziek varen. Later zou ik ook de leiding over die jazzafdeling zelfs overnemen.”

Thuismatch

Wat trekt u zo aan in jazzmuziek?

“Het anarchistische kantje. Jazz kent een lange traditie van improvisatie. Daardoor klinken standards, zoals ‘Body and Soul’, steeds verschillend. Jazzmuzikanten interpreteren die nummers op geheel eigen wijze. Meestal leunt die interpretatie dicht aan bij het origineel. Soms wijkt die er mijlenver van af.”

“Dat aspect komt vooral tot uiting tijdens concerten. Dan gaat het alle kanten uit. Muzikanten sluiten hun ogen en gaan volledig op in hun spel. Die momentopnames oefenen een enorme aantrekkingskracht op me uit.”

Zoekt u die aantrekking vaak op?

“Ja. Ik ben een verstokte concertganger. In pre-pandemische tijden bezocht ik wekelijks een drietal optredens.” (zucht)

In het afgelopen coronajaar ruilden muzikanten en organisatoren de concertzalen noodgedwongen in voor virtuele alternatieven, zoals het livestream festival Bel Jazz Fest. Wat vindt u daarvan?

“Het helpt artiesten en organisatoren om het hoofd boven water te houden. Maar het publiek blijft, thuis op de bank, wat op zijn honger zitten. Die optredens hebben iets weg van een voetbalmatch met lege tribunes. Voetballers en muzikanten worden gedragen door hun toeschouwers. Zonder applaus hebben beide partijen er weinig aan.”

“Momenteel is het wel een goede oplossing. Het is beter dan niets. Maar ik snak wel naar de sfeer en ambiance van een concertzaal. Muzikanten die losgaan op de bühne terwijl het publiek met een glaasje in de hand toekijkt.” (lacht)

Keuzestress

Hoe belangrijk zijn nieuwe ontdekkingen voor u?

“Enorm. Ik ben constant op zoek naar nieuwigheden. Voor die zoektocht wend ik mij tot magazines en het internet. Debuutplaten en kleine producties beluister ik steevast via Bandcamp, een online luister- en verkoopplatform. Zo kwam ik een vijftal jaar geleden de Londense percussiescene op het spoor.”

“Soms stoot ik op muziek die ik lang links liet liggen. Toen ik mijn eerste stapjes in de jazzwereld zette, had ik het niet begrepen op freejazz. Dat ging alle kanten uit en bood weinig houvast. Ondertussen ben ik verzot op dat krioelende subgenre. Hetzelfde overkwam me met de elektronische periode van Miles Davis. Als ik nu een aantal albums uit zijn oeuvre moet kiezen, ga ik resoluut voor zijn twee elektronische elpees: ‘Bitches Brew’ en ‘Live-Evil’.”

In de podcastreeks Blue Noon vraagt La Maison du Jazz naar het favoriete album van jazzartiesten. Welke plaat zou u uit een brandend huis slepen?

“Die vraag stelt me voor een hartverscheurende keuze. Ondanks mijn voorliefde voor freejazz, opteer ik voor een cooljazz-album: ‘Somethin’ Else’ van Cannonball Adderley. Daarop staat de mooiste versie van het nummer ‘Autumn Leaves’.”

‘Autumn Leaves’ – Cannonball Adderley
Wil je dat anderen dit ook lezen? Deel!

Zeen is a next generation WordPress theme. It’s powerful, beautifully designed and comes with everything you need to engage your visitors and increase conversions.

More Stories
Van links naar rechts: Iman, Phubu
“Ik vind Antwerpen een mooie stad, heel anders dan in Syrië”