Iedere sporter weet dat het risico op een blessure altijd zal bestaan. Een loper die zijn enkel omslaat, een wielrenner die zijn sleutelbeen breekt, een voetballer die zijn kruisbanden scheurt, … Een atleet die in zijn carrière niet minstens één keer geblesseerd raakt is nauwelijks te vinden. Blessures zijn een onvermijdelijk onderdeel van sport en fysieke activiteit: alleen al in Europa worden jaarlijks zo’n 4,5 miljoen mensen behandeld voor een sportblessure.
Omdat blessures nu eenmaal onlosmakelijk verbonden zijn aan (top)sport, is het voor een atleet belangrijk dat hij weet hoe hij goed van een blessure moet herstellen. De fysieke component is daarin natuurlijk belangrijk. Atleten moeten hun lichaam de tijd en rust gunnen om volledig te kunnen revalideren. Maar hoe belangrijk is de mentale component in blessures? Loopt een mentaal gezonde atleet minder kans op een blessure? En kan een goede mentale conditie bijdragen aan een succesvolle revalidatie?
Mentale klap
Atleten zijn winnaars. Ze willen het maximale uit hun carrière halen en zoveel mogelijk wedstrijden winnen. Een blessure komt dus altijd op het foute moment. Dat een blessure een fysieke impact heeft is evident. Maar een blessure is een serieuze tegenslag voor een topsporter en verschillende studies tonen aan dat een blessure vaak gepaard gaat met depressie, spanning, woede en een laag zelfbeeld, in het bijzonder bij competitieve en ernstig geblesseerde atleten.
Axelle Van Besauw, voetbalster bij OH Leuven Women, beaamt dat een blessure als een mentale klap kan aankomen. “Dit is het eerste seizoen waarin ik wedstrijden moet missen door blessures aan mijn rug en achillespees en ik moet zeggen dat zo’n blessure echt wel een impact heeft op mentaal vlak. Het is frustrerend om je teamgenoten te zien trainen terwijl je zelf in de kinezaal zit. Het feit dat je binnen zit en niet mee kan doen, is echt wel moeilijk om mee om te gaan”, zegt de verdedigster, die tijdens een blessure wel probeert zo positief mogelijk te blijven. “Wat voor mij helpt wanneer ik geblesseerd ben, is uitkijken naar het moment waarop ik terug kan spelen. Daar haal ik veel energie uit. Daarnaast geeft een blessure je ook tijd om even volledig te focussen op jezelf. Ik heb meer tijd in de gym en laat me tijdens een blessure extra goed behandelen. Dat is dan misschien een klein positief deeltje aan een blessure.”

Mentale vaardigheden
Blessures kunnen dus een negatieve invloed hebben op de mentale gezondheid van atleten. Om te vermijden dat een atleet in een negatieve spiraal belandt ten gevolge van een blessure, is het belangrijk dat hij mentaal sterk en weerbaar is. Er is geen sluitende definitie van de term, maar mentale sterkte omvat onder meer de “psychologische capaciteit om veerkrachtig en gefocust te blijven, zelfs in moeilijke omstandigheden” en “het vermogen om te volharden in het aangezicht van uitdagingen, fouten en mislukkingen”.
Kris Perquy, mental coach die onder meer samenwerkt met de Belgische Voetbalbond, geeft zijn betekenis van mentale kracht. “Mentale sterkte is, net zoals fysieke gezondheid, een vrij algemeen begrip. Het bestaat uit twee onderdelen die samen maken of een atleet mentaal gezond of minder gezond is. Enerzijds gaat het over het algemene gevoel van welbevinden van een atleet. Voelt een atleet zich goed in zijn vel? Heeft hij een goed sociaal netwerk? Heeft hij naast zijn sport nog interessante bezigheden? Weet hij goed waarom hij het doet? Dat is één aspect van mentaal sterk zijn. Het tweede aspect gaat over mentale vaardigheden. Dat gaat dan over heel specifieke eigenschappen, zoals hoe een atleet met moeilijke situaties omgaat, hoe hij gefocust blijft tijdens een wedstrijd en het vertrouwen dat hij in zichzelf heeft. Je moet die twee componenten altijd samen zien: het welzijn aan de ene kant en de mentale vaardigheden die bijdragen aan prestatie aan de andere kant”, zegt Perquy, die meent dat je die mentale vaardigheden van een atleet kan trainen.
“Om de mentale vaardigheden van een atleet te verbeteren, probeer ik ze hun succesmomenten met zo veel mogelijk details te laten visualiseren. Als een atleet zijn beste momenten in zijn hoofd kan herbeleven, heeft dat een positieve impact op zijn zelfvertrouwen. Daarnaast is ook de manier waarop een atleet tegen zichzelf praat van cruciaal belang. Veel atleten zijn perfectionistisch en hebben de neiging om negatief tegen zichzelf te praten, omdat ze zichzelf willen pushen om beter te worden. Maar om mentaal sterk te staan is het nuttiger om als atleet op een positieve manier tegen jezelf te praten.”

Toppersmentaliteit
Mentale sterkte is volgens Perquy dus een combinatie van algemeen welzijn en trainbare mentale vaardigheden. Maar hoe zit het in het hoofd van de absolute topatleten? Hoe gaan zij om met moeilijke situaties en hoeveel vertrouwen hebben ze in zichzelf? Lieven Maesschalck, oprichter van Move To Cure en topkinesist die in zijn loopbaan topatleten zoals Romelu Lukaku, Kevin De Bruyne en Remco Evenepoel behandelde, zegt dat de beste atleten waarmee hij werkte allemaal dezelfde mentale eigenschappen tonen. “Een topper maakt zichzelf in alles. Ze durven constant uit de comfortzone stappen en kijken steeds naar wat beter kan. Daarnaast zijn ze ook altijd relaxed. Als ik cerebrale metingen (dat zijn metingen van de hersenactiviteit) doe op een topatleet, zie ik dat ze bijna geen enkele angst hebben. Angst om te verliezen, angst voor de hoge druk, angst om geblesseerd te geraken: daar is bij hen geen sprake van. En daardoor presteren ze altijd wanneer het moet. Omdat hun lichaam én mindset daar klaar voor zijn.”
Dat er bij een topatleet geen angst voor een blessure mag zijn vindt ook Van Besauw. “Om voluit te kunnen gaan, mag je niet bang zijn voor een blessure. Dat heeft een invloed op je spel. Als je de hele tijd focust op wat er eventueel fout kan gaan, begin je voorzichtiger te spelen. Je geeft geen 100 procent meer in de duels en dat kan op het hoogste niveau niet.”
Beter voorkomen dan genezen
Om de opdoffer die een blessure is te verwerken, heeft een atleet er dus alle baat bij om zijn mentale vaardigheden te ontwikkelen. Maar er zijn nog andere voordelen van een goede mentale conditie. Zo speelt ook in de kans op een blessure de mentale component een belangrijke rol.
Een studie van de Amerikaanse overheidsinstelling NIH stelt dat “professionele atleten minstens even vaak en waarschijnlijk vaker symptomen van depressie en angst vertonen als de rest van de samenleving, doordat ze moeten omgaan met factoren zoals competitie, prestatiedruk, gezondheidszorgen en ongewenste media-aandacht”. Zo zouden 21% van de onderzochte atleten symptomen van depressie vertonen. Het Amsterdamse UMC zegt dan weer dat bijna driekwart (73%) van de Nederlandse eliteatleten kampt met aan sport gerelateerde stress.
Die mentale uitdagingen hebben een invloed op het blessurerisico van een atleet. Het NIH zegt dat “mentale problemen zoals depressie en stress in atleten gepaard gaan met verminderde sportprestaties, maar ook met een verhoogde kans op een blessure”. Zo zouden “tot 75% van alle blessures in de onderzochte groep gelinkt kunnen worden aan symptomen van stress en depressie”. Verklaringen hiervoor zijn dat die mentale moeilijkheden kunnen leiden tot een verminderde concentratie en dat atleten die zichzelf goed voelen zich beter bewust zijn van hun lichaamssignalen, waardoor ze sneller kunnen herkennen wanneer overbelasting dreigt en er rust nodig is.
Perquy beaamt dat de mentale gezondheid van een atleet meespeelt bij de kans op blessures. “Atleten die zichzelf minder goed in hun vel voelen, doordat ze bijvoorbeeld twijfelen aan zichzelf, maken sneller beslissingen die tot een hogere kans op een blessure leiden. Zo maken ze bijvoorbeeld hun lichaam niet sterk genoeg in een duel, wat ervoor kan zorgen dat ze sneller geblesseerd raken. Ook mentale vermoeidheid speelt mee. Als een atleet al een tijd op zijn tandvlees zit en niet genoeg voor zichzelf zorgt, zien we dat er sneller blessures optreden.”
De mentale gezondheid van een atleet is dus van groot belang, maar Perquy maakt wel de nuance dat ook het fysieke aspect een cruciale rol speelt in de kans op een blessure. “In contactsporten blijven veel blessures natuurlijk het gevolg van een impact. Daar kan iedereen slachtoffer van worden. Als je in het voetbal een schop krijgt, kan je altijd geblesseerd raken, los van hoe goed je mentale gezondheid is.”
Snellere revalidatie
Naast het feit dat een goede mentale conditie het risico op een blessure verlaagt, heeft het ook een positieve invloed op de revalidatie. Volgens een studie van het Journal of Sport Sciences is het zo dat “atleten die meer tekenen van optimisme, mentale kracht en een positief zelfbeeld vertonen efficiënter met een blessure omgaan en minder tijd nodig hebben tijdens een revalidatie”. Het NIH zegt dan weer dat “problemen met mentale gezondheid kunnen zorgen voor langere hersteltijden en een verminderd prestatievermogen bij de terugkeer naar sport”.
Dat de mentale component het herstelproces in positieve zin beïnvloedt, is ook Maesschalck niet ontgaan. “Geest en lichaam zijn één, dat is bij atleten niet anders. Het is duidelijk vast te stellen dat de mentale instelling die een atleet heeft een grote invloed heeft op het proces van de revalidatie. Dat gaat dan vooral over de beleefbaarheid van het hele verhaal. Als een atleet een negatieve kijk heeft op zijn blessure, verlopen alle stappen in de revalidatie een stuk moeilijker.”
“Er zijn natuurlijk veel elementen die meespelen in een revalidatie. Zit een atleet in het begin of op het einde van zijn carrière? Is het seizoen net begonnen of al een tijd bezig? Zit hij op de bank of speelt hij vaak? Hoe wordt hij omringd? Het zijn allemaal aspecten die een rol kunnen spelen. Maar het belang van mentale weerbaarheid valt niet te onderschatten. Als kinesist heb je in het hele blessureverhaal 50% invloed. Je moet atleten helpen om ontgoochelingen aan te pakken en sterker terug te keren. Van een succesvolle revalidatie spreek ik wanneer ik als therapeut na verloop van tijd overbodig wordt en de atleet de revalidatie als een positieve periode beschouwt, waar hij dingen uit heeft geleerd. Maar dat is alleen mogelijk als hij motivatie uit zichzelf haalt en de wil heeft om sterker terug te komen.”
Van Besauw is ook van mening dat de mentale weerbaarheid van een atleet van belang is in het revalidatieproces. “Als ik naar mezelf en de atleten rond mij kijk, dan zie ik wel dat een goede mentaliteit helpt tijdens een revalidatie. Het zal natuurlijk geen maanden verschil geven, maar het speelt zeker mee. Als je tijdens een blessure je hoofd laat hangen, houdt dat je tegen om elke dag je best te doen tijdens je revalidatie. Dat kan je langer dan nodig in een blessure houden.”
Wat met terugvallen?
Een revalidatie gaat natuurlijk altijd gepaard met het risico op een terugval. Kinesiofobie is “de overmatige en irrationele angst om zijn of haar lichaam te bewegen, als gevolg van een gevoel van kwetsbaarheid voor een pijnlijke verwonding of een nieuw letsel”. Bij atleten komt de angst om opnieuw het hersteltraject te moeten doorlopen regelmatig voor en dat kan blokkerend werken op de revalidatie. “Als de angst om te hervallen groot is, kan je in de eerste plaats de volgende stap in je revalidatieproces niet nemen”, waarschuwt Maesschalck, die meent dat het mentale aspect ook niet te verwaarlozen valt als het gaat over de kans op een terugval.
“Verschillende oorzaken kunnen leiden tot een herval. In de eerste plaats heb je uiteraard biologisch niet klaar zijn: In het proces van de revalidatie heb je verschillende fysieke componenten zoals flexibiliteit, mobiliteit en kracht. Dat zijn belangrijke parameters in een revalidatie. Wanneer die er goed uitzien, kunnen de trainingen opnieuw op gang worden getrokken. Maar daarnaast kan je ook mentaal niet klaar zijn. Als de stresscomponenten door angst voor een terugval hoog zijn, dan heb je als atleet al een groot energieverbruik tijdens je revalidatie. Het is belangrijk om als therapeut in te schatten wanneer een atleet klaar is om opnieuw te presteren. Veel therapeuten denken: we gaan in de revalidatie de sneltrein nemen en iemand zo snel mogelijk oplappen, maar ze vergeten om die sneltrein op de juiste rails te plaatsen. Die rails zijn de mentale componenten. Ongeacht hoe goed de biologische componenten er uit zien, ook in het hoofd van een atleet moet het eerst goed zitten. Het is niet omdat je kan lopen dat je kan gaan sprinten”, besluit Maesschalck.

Mentale coaching in opmars
Het is dus duidelijk dat de mentale component een prominente rol in topsport speelt. Zowel in de preventie van blessures als tijdens revalidatie is het een factor die niet weg te denken valt. Omdat de mentale gezondheid van een atleet van essentieel belang is, is ook de aandacht die het krijgt cruciaal.
Nog nooit kreeg het mentale aspect in topsport zoveel aandacht. Atleten breken vaker dan ooit het stigma dat rond mentale gezondheid hangt (denk aan recordolympiër Michael Phelps, topturnster Simone Biles of sprintkanon Noah Lyles) en ook meer en meer professionele sportclubs hebben vandaag iemand in dienst om hun atleten mentaal te begeleiden.
Perquy bevestigt dat mentale begeleiding in topsport een evolutie aan het doormaken is. “Het is zeker zo dat mentale begeleiding prominenter aanwezig is dan vroeger. Toen ik in 2008 bij mijn eerste teams aan de slag ging werd mentale coaching nog aanzien als iets voor ‘zwakkelingen’ of voor atleten met een verslaving. Het werd eigenlijk een beetje in een negatief daglicht geplaatst. Gelukkig zien we vandaag dat de sportpsycholoog vaker en vaker een vast onderdeel wordt van de staf. Ik was vorige week met het nationale voetbalteam van Ghana op stage en stelde daar de vraag bij wie er op de club permanent een mental coach aanwezig is. Van de 23 spelers staken er 7 hun hand op. Dat is een stap vooruit tegenover vroeger. Het feit dat mentale begeleiding in topsport noodzakelijk is, wordt meer en meer aanvaard”, zegt Perquy, die ook de reden achter het groeiende belang van mentale coaching meent te kennen. “Op zowat elk vlak zijn er doorheen de jaren tal van evoluties gebeurd in topsport. Er wordt door clubs meer dan ooit geïnvesteerd in wetenschap, tactische coaches en voedingsdeskundigen. Door als club ook te investeren in mentale coaching, kan je nog een paar procent extra winst boeken.”
Ook Van Besauw beaamt dat mentale begeleiding steeds vaker voorkomt in topsport. “Bij ons op de club wordt er sinds een paar jaar veel aandacht besteed aan onze mentale gezondheid. We hebben een mental coach, waar we altijd terecht kunnen als we met iets zitten. Om de paar maanden hebben we ook een groepsgesprek over een bepaald onderwerp rond mentale gezondheid, de laatste keer ging het bijvoorbeeld over hoe we stress tijdens een wedstrijd onder controle moeten houden. Ik merk dat mentale begeleiding echt meer en meer een onderdeel van topsport wordt en dat vind ik wel goed.”




