De Nobelprijs voor de Vrede: idealen, paradoxen en politieke ambities  

Elk jaar in oktober kijkt de wereld naar Oslo, waar het Noorse Nobelcomité de winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede bekendmaakt. Wat ooit begon als een idealistisch initiatief van Alfred Nobel  is inmiddels uitgegroeid tot een van de meest prestigieuze en tegelijkertijd meest controversiële onderscheidingen ter wereld. Deze prijs die sinds 1901 wordt uitgereikt heeft als doel om “zij die het meest of het best hebben bijgedragen aan de broederschap tussen volkeren” te eren. Door de jaren heen is die nobele bedoeling vaak verstrengeld geraakt met politieke realiteit, diplomatieke belangen en publieke perceptie. 

Alfred Nobel liet in zijn testament vastleggen dat zijn fortuin moest dienen om vijf prijzen uit te reiken: voor literatuur, natuurkunde, chemie, geneeskunde en vrede. Dit laatste gebaar was opvallend, omdat Nobel zijn rijkdom had gemaakt met explosieven en wapenverkoop. Voor hem was de vredesprijs een vorm van morele compensatie. Een manier om vernietigende macht om te zetten in morele verantwoordelijkheid. 

Sindsdien hebben verschillende opmerkelijke figuren de prijs gewonnen. Soms was de keuze controversieel, maar vaak ook niet. Want hoe bepaal je wie “vrede” brengt in een wereld vol belangen, machtsspelletjes en hypocrisie? 

 De Amerikaanse paradox 

Geen enkel land heeft zo vaak een Nobelprijswinnaar voor de vrede voortgebracht als de Verenigde Staten. Dat land is non-stop in oorlog sinds de Tweede Wereldoorlog. Dat is een vrij tegenstrijdige zaak, want Amerikaanse presidenten maken vrede met de ene hand, terwijl ze met de andere wapens leveren of oorlogen voeren. 

Voor dat Barack Obama zijn buitenlands beleid echt vorm had gekregen, ontving hij in 2009 de Nobelprijs voor de Vrede. Tijdens zijn bedankingsspeech gaf hij zelf aan dat hij “de leider was van een natie die in twee oorlogen verwikkeld is.” Theodore Roosevelt kreeg de prijs in 1906, kort nadat hij zijn militaire reputatie had opgebouwd tijdens de Spaans-Amerikaanse oorlog. Woodrow Wilson ontving de prijs na de Eerste Wereldoorlog, toen hij zich inzette voor de oprichting van de Volkenbond de voorloper van de Verenigde Naties.  

Dan is er de vraag of Donald Trump ooit aan dat rijtje zal worden toegevoegd. De Amerikaanse president heeft nooit verborgen dat hij de Nobelprijs voor de Vrede wil. “Iedereen zegt dat ik hem zou moeten krijgen,” zei hij onlangs tijdens zijn toespraak voor de Verenigde Naties, verwijzend naar de Abraham-akkoorden van 2020. Die akkoorden hebben de diplomatieke relaties tussen Israël en verschillende Arabische landen hersteld. 

Volgens een analyse van De Morgen-journalist Yannick Verberckmoes is de kans dat Trump dit jaar de prijs wint klein, maar analisten sluiten een toekomstige bekroning niet uit. De Amerikaanse oud-diplomaat Brett H. McGurk suggereerde op CNN dat Trump in aanmerking zou kunnen komen als hij erin slaagt om vrede te brengen in Oekraïne en Gaza.  Of Trump ooit zijn naam op de lijst van Nobelprijswinnaars zal zien verschijnen, is nog maar de vraag. Wat we wel weten, is dat de Nobelprijs voor de Vrede meer zegt over de geest van het tijdperk dan over de perfectie van de winnaars. Tussen idealen en macht, en tussen morele ambities en politieke realiteit, blijft de zoektocht naar echte vrede een langdurige inspanning. 

Wil je dat anderen dit ook lezen? Deel!

Zeen is a next generation WordPress theme. It’s powerful, beautifully designed and comes with everything you need to engage your visitors and increase conversions.

More Stories
De dichters van ’t stad