De in België geproduceerde film, Grand Me, van Atiye Zare Arandi wint de zilveren medaille bij de International URTI Grand Prix for Author’s Documentary. Dat is een prijs van de internationale radio en televisie Unie URTI. Belgische producent, co-regisseur en lector op AP Hogeschool Bram Crols vertelt wat hem zo prikkelde aan de documentaire.
“In 2019 kwam ik in contact met Atiye Zare Arandi toen ik in een pitchpanel zat in Iran. Dat was tijdens een festival in Teheran. Daar kreeg ik de eerste beelden van het hoofdpersonage Melida te zien en toen prikkelde het al. Melida is een 9-jarig meisje in Iran met een zeer sterke persoonlijkheid en een sterk verhaal dat ook internationaal interessant kan zijn. Er was destijds maar weinig opgenomen, maar de eerste gesprekken daar hebben Arandi gemotiveerd om echt te beginnen filmen.”
Wat was uw reactie toen u vernam dat de film de zilveren medaille had gewonnen?
“Ik was heel blij. Er waren veel sterke films onder de tien nominaties. Het zijn openbare omroepen die de medailles uitreiken. Zij zijn het belangrijkste distributiekanaal voor documentaires. Zeker voor documentaires waar geen grote namen aan gebonden zijn of geen moorden en dramatische dingen in gebeuren. In de twee jaar dat de film rondgaat, hebben we al veel prijzen gewonnen en dit bevestigt dat het terecht was.”
Waarom is de film in de prijzen gevallen?
“Filmprijzen worden toegekend door jury’s. Met dit type film gaat het erover dat juryleden en bezoekers er verliefd op worden. Of het nu een grote film is of een kleine, met een klein budget zoals deze.”
Wat was uw bijdrage tot de film?
“Bij het gesprek met de regisseur na de pitch was er een intentie om elkaar te blijven voeden in hoe het project zou verlopen. Wij, van het productiehuis, zouden het project ondersteunen, maar er waren weinig middelen beschikbaar in Iran om een film goed uit te werken. Zo zijn we uitgegroeid naar de positie van hoofdproducent. Dat wil zeggen dat wij de meeste financiering hebben aangebracht en omroepen zoals VRT en Al Jazeera betrokken hebben. In verdere stappen zijn we uiteindelijk gaan kijken hoe het verhaal zich in de realiteit ontwikkelde en hoe we van de scènes een filmverhaal maken. Die storytelling was mijn aandeel als co-regisseur.”
Hoe verliep de internationale samenwerking?
“Ik ben na het pitchpanel niet meer naar Teheran geweest. De film is opgenomen rond de COVID-periode, die in Iran heel lang heeft doorgelopen. De politieke situatie tussen België en Iran was rond die tijd complex. Het was toen onmogelijk om naar Iran af te reizen.”
“Praktisch gezien was het moeilijk om mee te werken, omdat het in een taal is die ik niet spreek. We hebben Atiye gecoacht tijdens de opnames, want het was haar eerste lange documentaire.”
“Na de opnames is de filmmaker naar België afgezakt om hier te monteren. Het productiehuis heeft toen beslist om met een Europese monteur te werken, omdat er rekening moest worden gehouden met de verschillen tussen de Westerse en Iraanse filmcultuur.
Wat wil u meegeven aan jonge documentairemakers?
“Het is ongelofelijk moeilijk om documentaires te maken, zeker de dag van vandaag. Je gaat er keihard mee bezig moeten zijn om het van de grond te krijgen en ergens op het grote scherm te tonen. Maar als je een goed idee hebt en een goed verhaal, is het altijd de moeite.”




