Een deurwaarder balanceert voortdurend tussen menselijkheid en professionele plicht. In een beroep dat vaak gepaard gaat met stress, verdriet en conflicten, probeert kandidaat-gerechtsdeurwaarder Elia Bosmans toch empathisch te blijven.
Ondertussen werkt ze al twee jaar bij een kantoor in hartje Antwerpen. Ooit droomde ze ervan om advocaat te worden, maar tijdens haar studies merkte ze dat ze een andere instelling heeft. “Ik kan niet iets verdedigen waarvan ik weet dat het fout is”, zei ze. Ze deed stages bij een notaris, werkte op de griffie van de rechtbank en ging tien dagen mee met een deurwaarder op beslag. Toen wist ze dat ze deurwaarder wou worden.
“Uitgescholden worden is dagelijkse kost voor een deurwaarder”
Elke dag brengt ze moeilijke boodschappen over aan mensen. Het werk kan confronterend zijn en emoties lopen hoog op. Bosmans merkt dat dit haar blik op mensen heeft verandert: “Sommige mensen hebben het moeilijk door hun eigen ingesteldheid of door hoe ze zelf in het leven staan. Dan merk ik wel dat de empathie voor hen soms minder is.” Haar aanwezigheid wordt door vele mensen met afkeer ervaren: “Bij mensen met schulden is dat direct een scheldwoord: de deurwaarder.” Ondanks de negatieve connotatie van het woord doet ze toch haar best om menselijk te blijven en begrip te tonen.
“Je moet een dik vel hebben, mensen zien ons niet graag komen”
Het dagelijkse werk is emotioneel zwaar. “Als we beslag op roerende goederen doen is het zwaar, je gaat iemand zijn privé binnen. Dan lopen de emoties hoog op,” zegt Bosmans. Mensen reageren ook verschillend: sommige vriendelijk, andere boos of agressief. Ze legt uit dat je veel moeten kunnen incasseren: “Uitgescholden worden is dagelijkse kost voor een deurwaarder. Je moet een dik vel hebben, mensen zien ons niet graag komen.”
“Wie zijn rekeningen betaalt ziet ons nooit”
Hoewel het beroep vaak een negatieve connotatie heeft, blijft Bosmans overtuigd van het belang van haar werk. “Ik doe mijn job echt graag”, zegt ze. “Het klinkt heel cru, maar iemand moet het doen.” Het probleem ligt volgens haar niet bij de deurwaarder: “Wie zijn rekeningen betaalt ziet ons nooit. Wij zijn er voor de mensen die het niet doen. Sommige hebben daar een goede reden voor. Anderen hebben daar een verschrikkelijk slechte reden voor, zij willen het gewoon niet betalen.” Voor Bosmans is het vanzelfsprekend: het werk moet gebeuren, net zoals dat van vuilnismannen of andere noodzakelijke diensten in de samenleving.




