Onder de NAVO vormden de Verenigde Staten decennialang de ruggengraat van de veiligheid in Europa. Nu trekt datzelfde land zich steeds verder terug uit Europa en wordt de Europese Unie amper vermeld in de nieuwe veiligheidsstrategie van de VS. De steun vanuit Washington is niet meer gegarandeerd, dat zorgt ervoor dat de landen binnen de EU zich de vraag stellen: kan de EU zichzelf verdedigen zonder de VS? En wat is daarvan de impact?
De Europese Unie heeft een veiligheidstroef in handen, artikel 42.7, een vergelijkbaar artikel als artikel 5 van de NAVO. Daar is afgesproken dat ‘’Een aanval op één, is een aanval op allen’’.In deze longread verkennen we dit vraagstuk met trans-Atlantisch expert Anna van Zoest, EU expert Hendrik Vos, diplomatiek expert Robert van de Roer en officier bij de Koninklijke Marine in Nederland Caecilia Johanna van Peski.
Impact van minder steun
De Verenigde Staten kijkt anders naar de Europa en volgens Anna van Zoest, directeur van de Atlantische Commissie, een forum voor debat over trans-Atlantische veiligheidsvraagstukken, is er inderdaad sprake van dat de Verenigde Staten andere prioriteiten heeft:‘’Veel mensen zijn natuurlijk bezig met de beslissingen en uitspraken van de huidige Amerikaanse president, Donald Trump. Maar eigenlijk is de verandering in de Amerikaanse houding ten opzichte van Europa al veel langer geleden ingezet. Want zelfs al onder president Obama waren de Verenigde Staten in steeds grotere mate gericht op de ontwikkelingen in Azië en kwamen er uit de VS signalen dat Europa daarmee minder belangrijk was geworden.’’
Diplomatiek expert Robert van de Roer ziet een toenemende verwijdering tussen Amerika en Europa, maar volgens hem is de schaal daarvan nog onzeker omdat we er middenin zitten: ‘’Het is nog maar de vraag hoe snel het zal gaan, en hoe tijdelijk of structureel het allemaal is. Trekt Trumps opvolger straks de banden weer aan? Trump heeft aangekondigd 5.000 troepen weg te halen uit Duitsland. Eigenlijk is dat op het grotere geheel niet zo veel, want de Amerikanen hebben ongeveer 85.000 troepen in Europa. Schadelijker is dat hij de NAVO bijna wekelijks bij het oud vuil zet en twijfel zaait over of hij de NAVO en de solidariteit, vastgelegd in artikel 5, nog wel serieus neemt. Komt Trump Europa nog te hulp als Poetin een Baltisch land binnenvalt?’’
Die onzekerheid vindt Van de Roer belangrijker dan de Amerikaanse veiligheidsstrategie waar Europa amper in wordt benoemd: ’’Dat is een stuk papier. We kunnen Trump beter beoordelen op zijn daden. Kijk hoe hij de hele oorlog met Iran aanpakt. Zonder plan, zonder exit-strategie, en met volstrekt chaotische communicatie. Dit is zonder meer een van de slechtste presidenten die ik heb meegemaakt.’’


Positie van de EU
Caecilia Johanna van Peski, officier bij de Koninklijke Marine in Nederland, is betrokken bij internationale en Europese projecten als het gaat om vrede en veiligheid. Zij ziet dat landen binnen de EU in eerste instantie kijken naar hun eigen positie en in relatie tot de nieuwe geopolitieke verhoudingen. ‘’De verhoudingen zijn anders en daar moeten we op reageren, herpositioneren”. Van Peski merkt op dat er binnen de EU flink meer geïnvesteerd wordt in gezamenlijke projecten en het delen van capaciteiten.
Ook Hendrik Vos, professor EU studies aan de UGent, ziet dat de Europese Unie wakker is geschud. ‘’De sense of urgency zal nog meer toenemen en als Europa moeten we echt kijken welke gaten we willen en kunnen vullen als Amerika ons helemaal de rug toekeert. Intensievere samenwerking tussen de Europese landen is daarin enorm belangrijk.’’


Artikel 42.7
In de Europese Unie hebben we onze eigen variant van artikel 5 van de NAVO. Volgens Hendrik Vos is artikel 42.7 een artikel dat solidariteit voorschrijft: ‘’Als er iets gebeurt, als een land slachtoffer wordt van agressie, dan is het de bedoeling dat andere lidstaten bijspringen op de manier waarop ze dat kunnen. Want niet alle landen in de Europese Unie hebben dezelfde traditie als het gaat over defensie.’’Cyprus had er beroep op kunnen doen in maart 2026 na drone aanvallen uit het Midden-Oosten, maar heeft dat niet gedaan. ‘’Cyprus had op dat moment artikel 42.7 kunnen activeren. Maar in dit soort situaties komt er veel improvisatie aan te pas. Er is geen draaiboek en in de praktijk is het altijd wel zoeken naar hoe je met een bepaalde dreiging omgaat’’, zegt Vos. Volgens Vos zie je pas wat het artikel waard is, op het moment dat het wordt toegepast. Anna van Zoest kijkt er ook zo naar: ‘’Een collectief veiligheidsmechanisme is alleen maar werkbaar als je er ook de middelen en de daadkracht tegenover kunt zetten. In combinatie met de eenheid en de solidariteit binnen een bondgenootschap wordt zo gezorgd voor een geloofwaardig afschrikkingsmechanisme.’’
Verschil met artikel 5
Volgens Van Peski zijn artikel 5 van de NAVO en artikel 42.7 van de EU inhoudelijk anders. ‘’Het NAVO Artikel 5 is militair en operationeel ingericht, EU artikel 42.7 is breder en geeft naast militaire inzet meer ruimte voor civiele respons zoals crisishulp aan gewonden, bescherming van burgers en diplomatieke onderhandelingen.’’ Daarnaast zit er een verplichting in EU-artikel 42.7 voor actie, en vraagt artikel 5 van de NAVO om een reactie, aldus Van Peski.
Van de Roer ziet nog een ander zichtbaar verschil tussen de twee artikelen:‘’Het is eigenlijk een artikel dat sneller kan worden geactiveerd en in werking kan treden dan artikel 5. Bij artikel 5 moet je er met z’n allen over eens zijn, met alle 32 landen. En het grote verschil met artikel 42.7 is dat één lidstaat van de EU het al in werking kan laten treden.’’

Intensievere samenwerking
Intensievere samenwerking is van belang volgens Vos: ‘’We moeten als Europa intenser samenwerken. En dat verloopt in de praktijk vaak moeizaam, omdat nationale overheden toch de controle willen over hun eigen leger en uitgaven’’. Van Peski ziet dat er al meer wordt samengewerkt, ze heeft in 2021-2023 zelf gewerkt als Commandant van het Duits-Nederlandse Military Mobility Office in Ulm (Duitsland). In dit Europese initiatief wordt er gekeken naar hoe de krijgsmachten van de aangesloten landen makkelijker mensen en materieel kunnen vervoeren van bijvoorbeeld havens in het westen naar het oosten. ‘’Civiel-militaire samenwerking staat centraal in Military Mobility, want het draait om soepele en snelle samenwerking tussen regering, krijgsmacht en de civiele omgeving. Er wordt gekeken naar hoe wegen, bruggen en spoorlijnen geschikt gemaakt kunnen worden voor zwaarder militair transport. In Noord-Europa zie je dat landen samen investeren in infrastructuur die zowel civiel als militair gebruikt kan worden. Dat maakt EU MilMob een heel tastbaar traject’’.
Van Zoest ziet ook andere samenwerkingen verschijnen: ‘’De toekomst is er ook een van gelegenheidscoalities, van kleine clusters landen die veel vertrouwen hebben in elkaar en met elkaar, en de samenwerking verdiepen. Dat zie je bijvoorbeeld binnen de Joint Expeditionary Force, getrokken door het Verenigd Koninkrijk. Je ziet het ook binnen de Nordic Baltic Group en bij de Coalition of the Willing voor Oekraïne. Dat zijn allemaal nieuwe gelegenheidscoalities die op een aantal terreinen de samenwerking met elkaar opzoeken en die toch heel veel meer gedaan krijgen dan mogelijk is in zo’n hele grote gemeenschap van landen.’’ Volgens van Zoest is dat de toekomst en geeft dat veel hoopvolle signalen, mits deze coalities de banden met de EU en de NAVO hecht houden.

Kan de EU op eigen benen staan?
Volgens Vos kan de EU wel degelijk op eigen benen staan: ‘’We zitten in Europa ons wat te veel de put in te praten. Als de Amerikanen ons loslaten, dan zijn we niks meer waard. Het is niet zo dat wij meteen overrompeld en veroverd zullen worden zonder de Amerikanen aan onze kant’’. Volgens Van Peski bevindt de Europese Unie zich op dit moment in het proces van verregaande verzelfstandiging. ’’De EU zet stappen om meer op eigen kracht te kunnen staan en dat zie je terug in de samenwerking tussen lidstaten, die wordt versterkt. Het is geen situatie die van de ene op de andere dag verandert, maar een proces waarin Europa zich over de tijd versterkt en dat nu in een versnelling is gekomen, door de veranderde omstandigheden.’’ Anna Van Zoest denkt dat de Europese landen voorlopig nog niet op eigen benen kunnen staan:‘’Al zie ik wel dat er een proces op gang gekomen is waarbij de lasten steeds meer richting Europa verschuiven. Maar ik zie ook dat het tijd kost en dat het niet één, twee, drie geregeld is. Ik hoop, en met mij vele anderen, dat die tijd ons ook inderdaad gegund is om dat proces ordentelijk en ook in goed overleg met de Verenigde Staten te kunnen laten verlopen.’’
Volgens Van de Roer missen we slagkracht, maar kan de EU onder druk wel wat bereiken: ‘’Als Poetin nu een EU-lidstaat binnen zou vallen en Trump doet niks, dan zitten we in een scenario wat ook in Brussel nog niet is uitgewerkt. En dan ontstaat er een noodsituatie waarin ook onvoorspelbare oplossingen mogelijk zijn. We zouden het op termijn wel kunnen, maar we zijn nu nog te afhankelijk. Qua militaire slagkracht missen we nog teveel cruciale middelen. Tegelijkertijd zet Europa nu wel degelijk stappen vooruit op defensiegebied en we hebben ook niet niks. Kijk bijvoorbeeld naar wat we de afgelopen jaren hebben gestuurd naar Oekraïne.’’ Er zijn ook mensen die zeggen dat we moeten optrekken met landen buiten de EU om zoals het VK, Oekraïne en Noorwegen. ‘’Het is verleidelijk om te zeggen dat Europa niet op eigen benen kan staan, maar ik ben toch optimistisch dat onder druk Europa tot meer in staat is dan we denken. De geschiedenis bewijst: elke crisis in Europa, leidt tot méér Europa.’’




