Een job bij de brandweer wordt nog vaak gezien als een mannenberoep. Dat tonen ook de cijfers: in België is slechts 4,65 % van het brandweerpersoneel vrouw. Hoewel de brandweer officieel openstaat voor iedereen, blijft de realiteit mannelijk gedomineerd. Dat roept de vraag op of gelijke kansen binnen de brandweer al verwezenlijkt zijn?
De combinatie van fysieke paraatheid, intens teamwork en de zogenaamde mannenwereld vermoeilijkt de instroom van vrouwen. Want naast motivatie en inzet spelen ook selectieprocedures een cruciale rol, met onder meer het Federaal Geschiktheidsattest (FGA)
Wat is FGA?
Het FGA staat voor het Federaal Geschiktheidsattest. Dit is het verplichte basisdiploma dat je in België moet behalen om aan de slag te kunnen als beroeps- of vrijwillig brandweerman of vrouw. Zonder dit attest kan je niet solliciteren bij de hulpverleningszone. De test bestaat uit drie vaste onderdelen: Competentietest (theoretische test), operationele handvaardigheidsproef (praktische motorische test) en de fysieke geschiktheidsproeven.
Hoe behaal ik dit attest?
Het traject kun je volgen in één van de elf brandweerscholen die regelmatig deze federale geschiktheidsproeven organiseren. Je kiest zelf waar je je inschrijft, dat staat los van de zone of de provincie waar je achteraf tewerkgesteld zal worden. Je deelname is gratis, maar je moet wél voldoen aan enkele voorwaarden. https://brandweer.be/nl/schrijf-je-voor-de-proeven

Hardnekkig imago
De brandweer wordt al decennialang geassocieerd met mannelijkheid. Dat beeld verdwijnt niet zomaar, zelfs niet wanneer procedures genderneutraal zijn. De fysieke proeven en het FGA versterken dat gevoel vaak onbedoeld, omdat ze als zwaar en allesbepalend worden ervaren.
Op papier is het beroep toegankelijk voor iedereen die de testen haalt. De vraag is dus niet of vrouwen mogen deelnemen, maar eerder of de drempels voor iedereen op dezelfde manier aanvoelen. Dat verschil loopt als een rode draad doorheen de verhalen van de vrouwen in het korps. Gelukkig spreken we wel al van een gelijkgesteld loon voor man en vrouw in eenzelfde functie.
An bollen (50) werkt al 27 jaar bij de brandweer. Ze behoort tot een generatie waarin vrouwen nog zeldzamer waren dan het scenario van vandaag de dag. An studeerde af als ergotherapeut, maar deed hier verder niets mee. Haar carrière bij de brandweer is gestart in Lommel als beroepsbrandweervrouw en ze groeide door tot onderofficier.
“Je moet je als vrouw dubbel zo hard bewijzen”
An Bollen
In haar beginperiode was niet iedereen overtuigd dat vrouwen thuishoorde bij de brandweer. Zowel fysiek als mentaal is het een zware job, maar volgens An: “Als ze zien dat je stil je mannetje staat, dan komt dat wel goed en krijgen ze misschien zelfs schrik van u.” Die dubbele bewijslast is een terugkerend element in haar verhaal. Het gaat niet enkel over presteren tijdens interventies, maar ook het constant doorbreken van verwachtingen. In een omgeving waar vertrouwen en teamwork cruciaal zijn, wordt geloofwaardigheid opgebouwd door je consistent te gedragen en tegelijkertijd dus ook te bewijzen.

Vertrouwen binnen het korps
Na enige verloop van tijd verschuift het beeld over vrouwen wel. Volgens An Bollen verdwijnt initiële twijfel wanneer collega’s zien dat ze op je kunnen rekenen, los van iemands geslacht. “Je moet er gewoon staan, zonder daar flauw over te doen,” zegt ze daarover.
Het teamgevoel binnen de brandweer speelt daarin een centrale rol. “Tijdens interventies is er geen ruimte voor discussie over gender, je bent een team met een missie en dat is op dat moment het enige wat telt.” Onderling creëert dat op een duur ook sterke banden. Man of vrouw, iedereen is daar met één doel en dat is helpen waar ze kunnen en dat doen als team.
Toch blijkt het aandeel vrouwen beperkt, zeker in operationele functies. In de meeste kazernes gaat het om slechts een handvol vrouwen op honderden medewerkers. Dat wijst niet noodzakelijk op uitsluiting, maar wel op een historisch patroon dat moeilijk te doorbreken is.
Beeld van de brandweer
Naast operationele functies speelt ook de manier waarop kinderen de brandweer zien een rol op lange termijn. Julia De Graeve (22) werkt als jobstudent in het Brandweer Informatie Centrum (BIC) bij Brandweer Zone Antwerpen – Post Noord. Ze geeft er twee keer per week rondleidingen en begeleidt klassen doorheen de kazerne.
Julia is momenteel nog bezig aan haar verkorte educatieve bachelor aan de AP Hogeschool in Antwerpen. Sinds de start van november 2025 is ze beginnen werken in de sector en dat voorlopig voor één volledig jaar. “Ik zag heel toevallig de vacature voorbijkomen en dacht meteen dat het iets voor mij was. Ik ben voor leerkracht aan het studeren en zag dit als een perfecte combinatie.” Julia werkt dus veel met kinderen en begeleidde eerder ook al kampen.
“Voordien was ik al heel getriggerd door het helpen van mensen en verkeersveiligheid.”
Julia De Graeve
“Kinderen spreken spontaan over brandweermannen, terwijl het woord brandweervrouw zelden valt, zegt Julia. Zelf spreekt ze over brandweermensen of mensen die werken bij de brandweer. Ik wil laten zien aan de kinderen dat het kan om als vrouw in deze sector te werken. Het lijkt kleinschalig, maar ik denk dat ik wel een zekere impact heb op hun.”

Representatie
Volgens Julia speelt representatie een belangrijke rol in hoe jongeren hun toekomstbeeld vormen. Wanneer ze een vrouwelijke gids zien, stellen kinderen meer vragen en ontstaat er sneller interactie rond diversiteit. Sinds kort is er in elke kazerne een vrouwelijk vertrek voorzien. Zo een vertrek is de plaats waar werknemers zich kunnen aankleden, douchen en eventueel slapen. Daar hoeft zelfs nog geen vrouw tewerkgesteld te zijn, de mogelijkheid is er gewoon.
Tijdens rondleidingen worden kinderen geconfronteerd met realistische scenario’s zoals rookontwikkeling, evacuaties en noodoproepen. Die ervaringen maken indruk en zorgen ervoor dat het beroep concreter wordt. “Ook meisjes doen een op voorhand ingeoefend telefoontje naar het noodnummer.”
Opmerkingen
In deze ‘mannenwereld’ krijgen vrouwen bij de brandweer ook weleens te maken met (on)gepaste opmerkingen, vooroordelen en stereotypes. Julia voelde zich de eerste dag zeker welkom, maar toch was dat intimiderend. “Alle brandweermensen in dienst op deze kazerne zijn mannen. Er zijn sommige mensen waarbij het gebeurt dat ze een opmerking durven geven. Het verschil tussen brandweerlieden die al heel lang in dienst zijn of mensen die pas beginnen is ook opmerkelijk. Vaak komt zo een opmerking dan sneller van iemand die al wat meer ervaren is.”
“In mijn eigen team voelde ik mij super welkom, dat komt omdat het administratieve team voornamelijk vrouwelijk is. Ik merk ook wel dat als ik bezig ben met mijn job en er lopen collega’s langs dat die wel met curiositeit en respect naar mij kijken. Het is en het zal altijd een sociaal beroep blijven.”
“We zouden beter af zijn zonder stereotypes,” zegt Julia. “Als je constant hoort dat de brandweer een mannenberoep is, begin je daar zelf ook in te geloven. Terwijl de brandweer vandaag net probeert om veel progressiever en inclusiever te zijn.”
Nieuwe generatie
Waar ervaren brandweervrouwen zoals An Bollen terugblikken op een lange carrière, staat voor anderen het avontuur nog te beginnen, of in dit geval voortzetten. Bieke Conings (26) uit Bree droomt er al jaren van om zelf brandweervrouw te worden. Momenteel werkt ze als zorgkundige in het rusthuis en daarnaast is ze actief als vrijwilliger bij het Rode Kruis. “Het helpen en verzorgen van mensen heeft er altijd al ingezeten,” vertelt ze.

Die interesse begon al op jonge leeftijd. Bieke zat drie jaar bij de jeugdbrandweer en verloor het beroep daarna nooit meer uit het oog. “Die droom is eigenlijk nooit meer uit mijn hoofd gegaan.” Ze zette de eerste concrete stap om een infomoment van de brandweer bij te wonen in Leopoldsburg. In eerste instantie wil ze starten als vrijwilliger, maar op termijn sluit ze ook geen beroepscarrière uit.
Wat is de jeugdbrandweer?
De jeugdbrandweer is geschikt voor jongeren tussen 12 en 18 jaar oud. Het is het best te vergelijken met een reguliere jeugdbeweging, maar dan specifiek gericht op de brandweer. Op een actieve en speelse manier leren de jongeren over brandbestrijding, reddingstechnieken, eerste hulp en brandweermateriaal.
Het hoofddoel is om jongeren voor te bereiden op een mogelijke latere carrière bij de hulpdiensten, en hen belangrijke waarden bijbrengen zoals discipline, respect en teamwork.
*ze worden natuurlijk niet ingezet voor échte interventies!
Net als andere vrouwen binnen de sector beseft Bieke dat ze terecht komt in een omgeving waar mannen nog steeds sterk in de meerderheid zijn. “Het blijft een mannenwereld,” zegt ze daar zelf over. Vooral de fysieke kant van het beroep schrikt haar soms af. De FGA-proeven worden volgens haar nog vaak afgestemd op mannelijke standaarden. “De proeven zijn vrijwel allemaal gemaakt op het mannelijk lichaam, op kleine aanpassingen na.”
Toch laat die onzekerheid haar niet tegenhouden. “Je kunt het maar proberen,” zegt ze. “Lukt het niet, dan is het zo. Maar ik wil mezelf later nooit verwijten dat ik het niet geprobeerd heb.”
Voor Bieke draait die aantrekkingskracht van de brandweer niet alleen om actie of adrenaline, maar ook om het teamgevoel. “Gewoon een team vormen en dezelfde passie delen,” zegt ze. Volgens haar zullen meer vrouwen zich aangesproken voelen door het beroep naarmate vrouwelijke aanwezigheid zichtbaarder wordt binnen de korpsen.
“Hoe meer vrouwen erbij komen, hoe meer dat beeld van die mannenwereld ook zal breken.”
Bieke Conings
Conclusie
De verhalen van An, Julia en Bieke tonen elk een andere fase binnen de brandweer, maar komen uit op dezelfde realiteit: vrouwen zijn aanwezig in het korps, maar blijven sterk in de minderheid.
Op papier zijn de kansen gelijk, maar in de praktijk spelen fysieke verwachtingen en historische stereotypes nog steeds een rol. Soms zichtbaar, soms niet, maar wel voelbaar in de ervaringen van de vrouwen zelf.
De brandweer zet stappen richting een meer inclusieve organisatie, maar de cijfers en verhalen tonen dat die evolutie nog niet is afgerond.





