Vlaanderen en Brussel kampen met een tekort aan sociale tolken. Dit jaar studeerden 84 nieuwe tolken af, maar voor bepaalde talen zoals Tigrinya ( een Afrikaanse taal) en Pashto ( een Aziatische taal) blijft de vraag groot. Coördinator Pascal Rillof legt uit hoe de dienst actief op zoek gaat naar kandidaten en hen opleidt en certificeert.
Zijn er voldoende tolken?
In totaal zijn er 1.114 tolken erkend, maar ze zijn niet allemaal actief aan het werk. Elk jaar komen er ongeveer 90 nieuwe tolken bij. Deze extra tolken maken zeker een verschil, maar het blijft een uitdaging voor een aantal specifieke talen. Die talen worden knelpunttalen genoemd en hiervoor gaat de dienst heel gericht op zoek naar kandidaten.
Welke talen zijn knelpunttalen?
Dat verschilt voortdurend. Op dit moment zijn Tigrinya, Somalisch en Pashto de talen waar de grootste tekorten zijn. Voor Tigrinia blijft de zoektocht naar geschikte tolken zeer dringend. Daarnaast zijn er momenteel ook tekorten voor talen zoals Roemeens en Portugees, waarvoor de dienst actief nieuwe kandidaten zoekt en oplossingen probeert te vinden.
Hoe zoeken jullie naar oplossingen?
Wij hebben een nieuwsbrief met ongeveer 5.500 lezers. Deze lezers zijn allemaal mensen die geïnteresseerd zijn in talen, en vooral in tolken. In die nieuwsbrief vermelden wij de talen die we zoeken en toelaten in ons programma. Wij roepen ook tolken op en contacteren organisaties en vzw’s. We doen ons uiterste best, maar dat lukt niet altijd meteen.




