Geweld tegen vrouwen wordt door rechters nog vaak onderschat, dat blijkt uit een nieuw rapport van GREVIO. Dit orgaan van onafhankelijke experts van de Raad van Europa beoordeelt hoe landen geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld aanpakken. Volgens het rapport zijn er in het Belgische rechtssysteem nog stappen te zetten.
In de burgerlijke rechtbank trekken vrouwelijke slachtoffers van geweld nog te vaak aan het kortste eind, stelt het rapport. Het gaat dan vooral over huiselijk geweld. Daders van huiselijk geweld zijn meestal, in meer dan 85 procent van de gevallen, man. Het overgrote deel van de slachtoffers, bijna 80 procent, is vrouw.
Het probleem in deze zaken is niet dat het huiselijk geweld niet bewezen wordt, maar dat rechters te weinig rekening houden met de impact van het geweld. Als er kinderen in het spel zijn, krijgen daders vaak toestemming om op bezoek te blijven komen of rechters stemmen in met gedeelde voogdij. Ook als geweld binnen de familie al is vastgesteld, blijven daders zo hun dominantie over hun slachtoffer behouden, zegt het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (IGVM).
“Rechters, en het bredere justitiële apparaat, hebben soms moeite om gendergerelateerd geweld te herkennen als een systematisch probleem,” aldus het IGVM. “Het wordt te vaak gezien als een ‘privékwestie’. Burgerlijke rechters zijn onvoldoende getraind in de specifieke dynamieken van huiselijk geweld en overzien daardoor vaak de risico’s voor slachtoffers niet. In veel gevallen blijven daders, ook na een veroordeling, hun slachtoffers lastigvallen. Rechters houden in het uitspreken van een vonnis nauwelijks rekening met dit patroon. Zo is er toch sprake van een zekere mate van straffeloosheid.”
Volgens het rapport van GREVIO zijn hervormingen van het systeem van contact- en straatverboden nodig. Dergelijke verboden zouden voor slachtoffers een groot verschil kunnen maken, maar kunnen nu nog moeilijk worden opgelegd. GREVIO heeft de aanbevelingen neergelegd bij de betrokken instanties.




