Asociaal Europa: Armoede in strijd met de economie

Een sociaal Europa, je hoort en ziet het vaak voorbijkomen in de media, maar wat is dat nu eigenlijk? En kan Europa wel sociaal zijn als er nog zoveel armoede heerst? Om antwoorden te vinden op die vragen legden wij ons oor te luister bij armoede-experts Henk Van Hootegem en Caroline Van der Hoeven. Het is ook belangrijk om te weten wat er allemaal in het Europees Parlement besproken wordt. Daarom legden wij onze vragen ook voor aan Europees Parlementslid Kathleen Van Brempt. 

Kathleen Van Brempt: “We moeten van elkaar kunnen leren , want armoede is veel meer dan alleen maar voldoende inkomen.”

Kathleen Van Brempt

Wat zou een sociaal Europa voor jou zijn? 

“Eerst en vooral denk ik dat het heel belangrijk is, dat we het principe van solidariteit koesteren en verankeren in onze wetgeving. Dat betekent solidair zijn van regio tot regio, van arme naar rijke regio’s, maar ook en daar moeten we echt nog aan werken in Europa: de individuele solidariteit, die we al wel hebben op lidstaatniveau. Bij ons in België bijvoorbeeld zijn mensen die werken solidair met mensen die niet werken, mensen die geen kinderen hebben zijn solidair met mensen die kinderen hebben en zieken met niet-zieken, maar dat stopt aan de landsgrenzen. Daar moeten we in Europa nog een systeem bovenop bouwen dat er voor zorgt dat de individuele solidariteit ook kan werken in de hele Europese Unie. Dus een goede sociale wetgeving zou bijvoorbeeld een minimumloon kunnen zijn waarbij er in elk land  lonen worden afgesproken. Er zijn ook lonen verschillend van sector tot sector wat goed is, maar er is wel een prinicipe dat we in heel Europa voor al onze inwoners tegelijkertijd toepassen met name: als je gaat werken, mag je niet arm zijn. Je moet dus voldoende verdienen als je voltijds gaat werken en dat is een minimumloon. Dat soort principes verankeren op Europees niveau is heel belangrijk. Maar, we komen nu op een heel cruciaal moment, want we gaan naar een heel fundamentele transitie van onze samenleving en die moet op een juiste manier gebeuren. Ik kan me perfect inbeelden dat je een klimaatneutrale wereld bouwt met heel veel arme mensen en met mensen die helemaal geen kans hebben op werk. Maar, dat is natuurlijk niet de transitie die we ons kunnen permitteren. De transitie naar een klimaatneutraal Europa moet een transitie zijn waar iedereen wordt in meegenomen, zoals men in het Engels zegt: Just Transition.”

Is een gemeenschappelijk groot netwerk voor armoedebestrijding ook een belangrijk aspect voor jou? 

“Ja, in dat opzicht is armoedebestrijding heel vaak een bevoegdheid die heel erg lokaal kan zitten en dat is soms ook goed. Want ik zie hoe goed onze steden en gemeente daar mee aan de slag gaan via hun OCMW’s en tegelijkertijd ook heel erg inzetten op lokale initiatieven. Enerzijds is het sociaal Europa dat we nodig hebben heel belangrijk zodat alle regio’s mee zijn en dat je geen echt arme regio’s hebt en dat er voldoende financiële middelen zijn om te investeren, zoals bijvoorbeeld in onderwijs. Langs de andere kant denk ik dat het heel belangrijk is dat we van elkaar kunnen leren en dat is waarom die armoedenetwerken zo belangrijk zijn. We weten allemaal dat armoede over veel meer gaat dan alleen maar voldoende inkomen. Voldoende inkomen is belangrijk want anders heb je problemen, maar het gaat ook over zoveel meer. Het gaat erover hoe je je moet bewegen in de samenleving, de schaamte die er mee aan te pas komt, de stress van het te weinig inkomen hebben dat er toe leidt dat je niet kan gaan solliciteren …  We kennen de hele grote complexiteit en de gehele Europese Unie leert van elkaar. Volgens mij is dat een hele efficiënte manier om er mee om te gaan. En dan zijn die Europese netwerken heel belangrijk.” 

Is dat ook een thema dat momenteel effectief op tafel ligt? 

“Ja, dat is eigenlijk een thema waarmee heel veel mensen in Europa bezig zijn en ook de Europese Unie, de commisie zelf, financiert netwerken. Binnen de sociale fondsen wordt daar heel veel aandacht aan besteed. Maar het is een heel hardnekkig probleem. Ik zie heel weinig samenlevingen waar men dat heel efficiënt kan oplossen, dat is toch ook wel een filosofische vraag waard. Moeten we dat blijven tolereren in onze samenleving en kunnen we op een goede manier definiëren wat armoede is en hoe kunnen we dat aanpakken? Dat blijft een grote struggle moet ik zeggen. Maar ja, het staat op de Europese agenda.” 

U zei het daarnet al er is een kloof tussen landen in Europa in het algemeen. Je hebt rijke landen en iets armere landen, is het water niet te diep in Europa om echt heel solidair te blijven zijn met elkaar? En bestaat het gevaar niet om een twee- of misschien wel driedeling te krijgen? 

“Ja, dat gevaar is er altijd. Ik zie ook heel vaak een conflict tussen bijvoorbeeld het Noorden en het Zuiden. Als het gaat over financiële middelen zal je in het Noorden, Mark Rutte van Nederland is daar het boegbeeld van, heel vaak premiers vinden die voor orthodoxie staan als het gaat over uitgaven. In het Zuiden zeggen ze, en niet ten onrechte, wij hebben heel veel investeringen nodig om bij te benen, om onze economie te moderniseren en om een sociaal systeem uit te breiden. Het sociaal systeem in Spanje is veel minder groot dan het sociaal systeem in Nederland. Maar tot hiertoe zie ik dat wel altijd overbrugt worden, er worden dan compromissen gevonden en dat vind ik niet vies, wij zijn zo divers, er zijn zoveel verschillende culturen binnen Europa. Ik moet daar zelf, ondanks het feit dat ik daar al lange tijd rondloop, ook nog steeds mee aan de slag. Maar dat is goed en een compromis is niet vies, het is vaak een manier om vooruitgang te boeken.” 

We spreken over de Europese unie, maar we zien heel grote verschillen in denkwijze en manier waarop mensen leven, kan je dan wel spreken over een Europese Unie als het zo verdeeld is? 

“Je moet voor jezelf eens de toetsing maken. Als ik in de Verenigde Staten ben dan zal ik, als ze vragen van waar ik ben, eerst Europa zeggen. Hetzelfde ook als ik in Azië ben. Als ik in Parijs ben dan zal ik zeggen dat ik van Antwerpen ben. De identiteit die we hebben is een multilayer, die heeft veel verschillende lagen en ook al is die misschien wat moeilijker te definiëren, de Europese identiteit bestaat wel degelijk. Het is door in een ander deel van de wereld te zijn, dat je beseft hoeveel we wel gemeen hebben, ondanks alle verschillen in taal en cultuur. Ik geloof heel sterk in die Europese identiteit en het mooie daaraan is net dat het geen exclusieve identiteit is. Het is geen identiteit die uitsluit, omdat we net zo divers zijn in Europa. Het is een inclusieve identiteit die iedereen meeneemt. Ik ben zeker dat de nieuwe generaties meer aan de slag gaan met die Europese identiteit.” 

Caroline Van der Hoeven: “Ik zou niet zeggen dat de Europese Unie niets doet rond armoede.”

We spraken ook over het sociaal Europa met Henk Van Hootegem, Coördinator bij Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting en Caroline Van der Hoeven, Coördinator bij Belgian Anti-Poverty Network. 

De EU doet nu niets concreet voor armoede. Wat zou de EU kunnen doen? 

“We beschikken over een recent actieplan in het kader van de uitvoering van de sociale pijlers. Waar ook weer een doelstelling wordt bepaald”, vertelt Henk Van Hootegem. “We bekijken wat die taken betekenen voor België, maar met een vaststelling dat de vorige doelstelling niet gehaald is.”

“Europa is wel degelijk bezig. Ze bekijken wat er moet gebeuren rond armoede en sociale uitsluiting. Er zijn andere evoluties die daar een enorme impact op hebben. Denk aan de economische crisis van 2008, maar ook de Covid-19 crisis die een impact heeft op sociaaleconomische evoluties en armoede”, verklaart Van Hootegem. “Ik denk dat Europa vooral een rol kan spelen in het voorzien van hogere normen, denk aan een hoger inkomen, dat men daar de lat hoger legt omtrent het minimum inkomen in verschillende landen. Daarnaast speelt Europa een belangrijke rol in het afspreken en vastleggen van bepaalde sociale normen. Bijvoorbeeld: speciale bescherming, dat gaat over arbeidsbeschermingen waaraan sommige jobs moeten voldoen.”

“Ik zou niet zeggen dat de Europese Unie niets doet rond armoede, maar ik begrijp wel wat je zegt. Dat gevoel hebben wij soms ook. We werken rond het Europees beleid met mensen in armoede. Het is heel teleurstellend wat eruit komt”, geeft Caroline Van der Hoeven toe. “Maar theoretisch kunnen wij dat niet helemaal stellen. De Europese Unie geeft fondsen die voor armoedebestrijding gebruikt kunnen worden. Natuurlijk is de vraag of het effectief in de praktijk zo gebeurt. De focus ligt vaak op werkgelegenheid, maar het is niet omdat er geïnvesteerd wordt dat het ook bijdraagt tot minder armoede.”

“De Europese Unie heeft ook een aantal aanbevelingen die tot de wetgeving van de Europese Unie horen, maar die hebben enkel een morele waarde. Daar ligt het grootste probleem. Andere zaken zoals de competenties, de bevoegdheden rond sociale zekerheid en werkgelegenheid liggen op nationale niveau. De lidstaten willen die niet afgeven, dus dan kan de Europese Unie wel een aantal richtlijnen geven. Maar het zijn nog altijd de lidstaten die moeten beslissen of ze het gaan opvolgen.”

“De Europese Unie is gestart als een politieke en economische samenwerking. Er is dus een directe wetgeving die prioriteit krijgt en die wordt opgevolgd. Bijvoorbeeld: de begrotingsregels. Daarvan weten we dat die heel strikt zijn, maar dat komt niet ten goede van armoedebestrijding of van sociaal beleid. Noodzakelijke sociaalinvesteringen worden niet gedaan, omdat de lidstaten die begrotingsdiscipline moeten handhaven. Zowel het sociale beleid, het economische beleid als het politieke beleid moeten evenveel gewicht krijgen.”

“De EU moet wetgevingen kunnen treffen. Zo pleiten wij, samen met onze Europese organisatie ‘The European Anti-Poverty Network’, al heel lang dat er een richtlijn komt die de lidstaten moeten opvolgen en die ze verplicht moeten omzetten in een nationaal beleid. We pleiten ook dat er in alle lidstaten een wetgeving komt die ervoor zorgt dat iedereen een adequaat inkomen heeft.”

Hoe zit het met België? 

“België is altijd al een voortrekker geweest van een sterk sociaal beleid op Europees niveau. In 2010 heeft België het Europees voorzitterschap gehad. Nu komt dat opnieuw in 2024, de gesprekken beginnen daar al op gang te komen. We hebben veel verwachtingen naar de Belgische overheid toe. In 2010 was er een jaar tegen armoede en sociale uitsluiting. Dat was geen verplichting, maar het zorgde er wel voor dat er een aantal initiatieven zijn genomen rond armoede en sociale uitsluiting. Op vlak van kinderarmoede is er veel gebeurd, daar is een aanbeveling van gekomen in 2013, die nu resulteert in een kindgarantie. Dat wil zeggen dat alle lidstaten een nationale coördinator tegen kinderarmoede moeten aanduiden, maar ze moeten ook een nationaal plan tegen kinderarmoede opstellen”, legt Van der Hoeven uit. 

Wat zou de EU specifiek voor uw land kunnen doen t.o.v. armoede? 

“Nu is er het Europees semester, dat is een beleidscyclus waar de Europese Commissie aanbevelingen geeft aan de nationale lidstaten. Er is ook een rapporteringscyclus waarbij België moet zeggen wat zij doen, maar meestal is het rapport heel positief”, zegt Van der Hoeven. 

“We zouden wel graag nog sociale aanbevelingen zien die effectief worden opgevolgd. Het is jammer dat er een vergelijking wordt gemaakt tussen verschillende lidstaten. Bijvoorbeeld bij minimuminkomen, zien we dat België niet de slechtste leerling van de klas is, maar we doen het ook niet goed. De meest sociale uitkeringen bevinden zich nog onder de Europese armoedegrens.”

“Er zijn ook veel problemen met beperking tot toegankelijkheid, dus voor ons is het belangrijk dat er een echte aanbeveling zou komen binnen het Europees semester rond minimuminkomen. Maar dan zegt de commissie: “Als we het vergelijken met Roemenië en Bulgarije, dan doen zij het veel slechter. Dus zij krijgen wel een aanbeveling daarrond, maar België gaan we dat niet geven.” Dat vinden we jammer. Terwijl het doel de Europese pijler van sociale rechten net is om op sociaal vlak alle landen naar omhoog te brengen. Als we enkel kijken naar de landen die het slechter doen en beslissen om de rest niet op te volgen, dan hebben wij schrik dat het een beetje naar beneden zal gaan. Dan gaan we de landen die het iets beter doen niet motiveren om hun verantwoordelijkheid op vlak van armoede op te nemen.”

Denkt u dat de EU meer kan doen dan uw eigen land zelf? 

“Ik denk dat het Europese gegeven als voordeel heeft dat er veel wetten zijn die van Europa naar het nationaal niveau komen. Alleen als daar beslist wordt om ook op het sociale vlak de verantwoordelijkheid te nemen, zal er nationaal een sterke wetgeving uitgesproken kunnen worden. Dan kan het in balans gelegd worden met al de politieke en economische regels die van Europa komen en kan er een coördinatie zijn tussen de verschillende lidstaten”, aldus Van der Hoeven.

Waarom bent u een voorstander van een sociaal EU?

“Wij werken vooral vanuit het mensenrechtenkader. Het Interfederaal Steunpunt tot bestrijding van armoede, waar ik voor werk, is opgericht in het kader van een visie op armoede als schending van mensenrechten. Dus het is belangrijk dat we voldoende maatregelen nemen in het kader van de realisatie van de mensenrechten voor alle burgers van een land of van de EU. Dat we een beleid hebben waarbij mensen toegang hebben tot rechten op verschillende domeinen zoals: arbeid, onderwijs, huisvesting, energie, gezondheid…. Voor een beleid in functie van de uitwisseling van mensenrechten heb je eenmaal dergelijke maatregelen nodig”, legt meneer Van Hootegem uit. 

“Omwille van solidariteit maken we deel uit van een Europees netwerk. Wij zijn het Belgisch netwerk en we zien vaak dat bevoegdheden worden opgesplitst in regio’s en gewesten, maar armoede stopt niet aan de taalgrens”, voegt Van der Hoeven toe. “De context van de problemen is vaak verschillend. In Vlaanderen is er minder of zijn de cijfers minder hoog als in de andere landsgedeelten. Maar eigenlijk zijn de problemen dezelfde: het gaat over huisvesting, een adequaat inkomen, een goed onderwijs. En dat geldt ook binnen Europa. De EU moet zijn schouders onder een sterk armoedebeleid zetten, want alleen dan zal er een impact voelbaar zijn in heel Europa en kunnen er veel mensen bereikt worden.” 

Denkt u dat er een verdeeldheid gaat zijn binnen de EU als sociaal EU erdoor komt? 

CONCLUSIE: Waarom is er nog steeds geen sociaal Europa?

ColofonNaam
Tekstbadges_tekstElias Bogaerts
Anano Gogeshvili
VideoLisa Debeuckelaer
Arno Van Hout
Bryan Maesschalck
Wout Van Caeneghem
AudioJanne Genar
Melissa Borogovac
Wil je dat anderen dit ook lezen? Deel!

Zeen is a next generation WordPress theme. It’s powerful, beautifully designed and comes with everything you need to engage your visitors and increase conversions.

More Stories
Antwerp Ucoin maakt intrede