Wie tegenwoordig alleen wil gaan wonen, merkt al snel dat zijn budget onvoldoende is. De gemiddelde vraagprijs voor een woning in Vlaanderen bedraagt 310.000 euro. Als je in de binnenstad van Antwerpen wil wonen, kan dit zelfs oplopen tot 400.000 euro. Niet niets. Zeker voor jonge starters die ‘Hotel Mama’ verlaten. Naast traditioneel wonen bestaan er ook alternatieven. Gemeenschappelijke woonvormen zoals cohousing en woningdelen zijn oplossingen voor de dure woonmarkt. Maar wat houdt dat precies in, en hoe goed sluit het aan bij de behoeften van jongvolwassenen? In deze longread zoek ik uit wat het best is voor jonge mensen die op zoek zijn naar een leven op eigen benen, met een focus op Antwerpen.

Verschil Cohousen en Woningdelen?
| COHOUSEN | WONINGDELEN |
| Meerdere units | Eén woning |
| Vaak nieuwbouw | Bestaande woning |
| Collectieve ruimtes beheerd | Privé en gedeeld gemengd |
| Hoge instapkost | Lage instapkost |
Het is belangrijk om het verschil tussen cohousen en woningdelen te zien. Cohousing wordt gezien als een meergezinswoning waarbij elk gezin een eigen private woonruimte heeft, maar daarbovenop minstens één leefruimte (zoals woonkamer, keuken, …) deelt en samen proper houdt. Woningdelen, daarentegen, is het delen van één gezinswoning door mensen die samenleven als een gezin, zonder noodzakelijk familie te zijn.
Maar wat is nu het beste voor een jonge starter?
Volgens Richard Embrechts, woonbeleidsadviseur van Stad Antwerpen, is cohousing momenteel moeilijk haalbaar voor veel jonge mensen. “Cohousingprojecten gaan vaak over nieuwbouw of grote verbouwingen, wat automatisch een hogere instapdrempel geeft voor wie financieel minder sterk is.” Mensen die wel gaan wonen in zo’n cohousingproject hebben meestal geen betaalbaarheidsproblemen, maar willen in de stad wonen met het extra comfort dat ze zich niet zouden kunnen permitteren als ze alleen woonden.
Woningdelen is dan wél haalbaar voor jonge huurders. Het vraagt geen grote investering en kan relatief snel opgestart worden. Toch zijn er ook hier praktische en juridische uitdagingen.
Woningdelen is niet alleen goedkoper, het is ook gezelliger.
Roland Kums, Samenhuizen vzw
Roland Kums van Samenhuizen vzw ziet woningdelen als meer dan alleen een financiële oplossing. Voor hem draait het vooral om het sociale aspect.
Kums haalt aan dat er een aantal addertjes onder het gras zitten. Eén daarvan is het verschil in uitkering dat je krijgt als je alleen woont of samenwonend bent. Als je namelijk een woningdeler bent, word je beschouwd als samenwonend. Resultaat? Je uitkering is veel lager. Wanneer je bijvoorbeeld een ziekte-uitkering ontvangt en een woning deelt, krijg je maar 40% van je laatste brutoloon, terwijl een alleenstaande 55% krijgt. 15% verschil, best veel als je het mij vraagt! Ook Kums vindt dit oneerlijk en pleit daarom voor een betere regelgeving: “Het is niet logisch dat je minder rechten hebt, gewoon omdat je kiest om woonruimte te delen in plaats van op straat te belanden.”
Omdat je minder betaalt, kun je ook naar heel goede locaties kijken om te gaan wonen.
Seppe Deboel, Woningdeler
Maar hoe ziet woningdelen er dan in de praktijk uit? Ik ging langs bij Seppe Deboel (28), die samen met huisgenoten Jonathan en Wouter een woning deelt aan het gloednieuwe, prachtig aangelegde Zuidpark in Antwerpen.
Toen Seppe op zoek was naar een eigen woning, gaf zijn moeder het idee om eens na te denken over woningdelen. Toevallig zochten twee ex-collega’s naar een derde huisgenoot om hun woning te delen. Omdat Seppe graag in de stad wilde wonen, maar ook betaalbaar, koos hij er uiteindelijk voor om het avontuur aan te gaan. Volgens hem een geweldige keuze geweest: “Voor dat geld dat ik hier betaal, zou ik nooit alleen kunnen wonen en zeker niet voor deze grootte.”

Seppe en zijn huisgenoten betalen samen 1500 euro per maand voor hun woning (zonder gas, water, internet, … gerekend). 500 per man. Niet mis als je weet dat er vier verdiepingen zijn met onder andere drie slaapkamers en twee badkamers. En vooral door de locatie: tussen De Kaaien en het Zuidpark en het FOMU om de hoek. Geweldige plek om als jonge gast te kunnen genieten.

Conclusie?
Goed, om even bij de kern te komen: in deze superkrappe woningmarkt is woningdelen voor veel jongeren zoals ik gewoon een slimme, en vaak de enige, optie om aan een betaalbare plek te komen. Het is dé manier om die megahoge woonkosten te ontwijken. Plus, je kunt zo naar leuke locaties kijken waar je anders niet eens aan zou beginnen, en ja, het sociale aspect is ook een pluspunt.
Maar het grootste probleem? Het systeem werkt gewoon nog niet mee. Denk aan de regels over uitkeringen of wat ‘samenwonen’ precies inhoudt. Dat zorgt voor onnodig gedoe en pakt je soms zelfs af, bijvoorbeeld die ziekte-uitkering die lager wordt als je deelt. Dat voelt voor velen oneerlijk.
Dus ja, hierdoor voelt woningdelen nu meer als een noodgedwongen stap, niet echt iets wat je ideaal vindt voor altijd.
Wil je dat woningdelen écht een serieuze optie voor de toekomst wordt, dan moet de overheid hier serieus werk van maken. Dat betekent: woningdelers beter beschermen, duidelijke afspraken maken over bijvoorbeeld inschrijving, en vooral die sociale regels aanpassen, zodat je niet gestraft wordt omdat je kiest om woonruimte te delen in plaats van op straat te belanden. Pas als die dingen op orde zijn, kan het een echt goed en ondersteund woonmodel worden. Tot die tijd blijft het, helaas, een noodzakelijke oplossing omdat er simpelweg geen andere betaalbare opties zijn.




