België en 26 andere lidstaten van de Raad van Europa vinden dat het Verdrag voor de Rechten van de Mensen geen antwoord biedt voor de huidige uitdagingen op vlak van migratie. Daarom roepen ze op tot herziening van het verdrag.
De gezamenlijke verklaring kwam in mei na een brief van negen Europese leiders, waaronder premier Bart De Wever. Volgens hen lopen terugkeerprocedures voor illegale criminelen soms vast door bepaalde interpretaties van het verdrag. Volgens Johan Wets, onderzoeksmanager migratie bij de KU Leuven, is een wijziging in het verdrag niet een goede uitweg voor het probleem: ”Er kunnen zoveel wetswijzigingen worden doorgevoerd, maar op het moment dat de landen van herkomst niet bereid zijn om die mensen terug op te nemen, zit je met een probleem.”
België en 26 andere landen hebben in Straatsburg ook een verklaring ondertekend waarin ze stellen dat er een “juist evenwicht gevonden moet worden tussen de individuele rechten en belangen van migranten en het algemene belang om vrijheid en veiligheid in onze samenlevingen”. Naast de Oost-Europese landen en de Scandinavische landen sloten ook onder meer het Verenigd Koninkrijk en Oekraïne zich aan bij de oorspronkelijke oproep van de negen lidstaten.
Tegen mei volgend jaar wordt er een politieke verklaring gemaakt die moet verduidelijken hoe het verdrag geïnterpreteerd moet worden in migratie zaken.




