De Vlaamse Scholierenkoepel lanceert samen met De Aanstokerij een spel dat leerlingen uit de derde graad van het basisonderwijs leert hoe ze kunnen meebeslissen over het schoolbeleid. Met het spel Beste Directeur ontdekken kinderen hoe ze via dialoog hun school kunnen verbeteren. Volgens de pedagogisch coördinator bij De Aanstokerij “is de spelvorm zelfs toepasbaar op kleuters”.
Waarom vinden jullie het belangrijk dat kinderen al op jonge leeftijd leren meebeslissen?
“Tien- tot twaalfjarigen zijn al in staat om een eigen mening te vormen. De lagere school is een dankbare omgeving om hiermee aan de slag te gaan. Veel scholen hebben al een leerlingenraad of klassenraad, maar met het spel ga je op een andere manier te werk. Via onze speelse methodieken komen zoveel mogelijk kinderen aan het woord. Elk kind heeft het recht om te participeren.”
Hoe verloopt zo’n speelsessie?
“Het spel bestaat uit vier sessies. In de eerste sessie kennen de leerlingen elkaar al, maar nog niet hun begeleiders. Daarom creëren we eerst een gevoel van veiligheid, zodat iedereen weet dat hij of zij mag participeren en dat dit gewaardeerd wordt.”
“Tijdens de tweede sessie worden drie thema’s in de diepte uitgewerkt. Zo krijgen de leerlingen zicht op welke problemen er spelen. Wat willen ze behouden of versterken? We maken een analyse van waar we met de groep naartoe willen.”
“In de derde sessie worden de ideeën creatief uitgewerkt, zodat ze in de vierde sessie kunnen worden overhandigd aan de beleidsmaker, in dit geval de directeur. Die heeft dan beslissingsrecht en gaat in gesprek met de leerlingen.”
Welke reacties krijgen jullie van leerkrachten en scholen die het spel gebruiken?
“We lieten al twee scholen het spel uitproberen. De leerkrachten waren enthousiast over de openheid van de leerlingen, ook al zijn ze die vorm van formele participatie niet gewend. Voor leerkrachten is het bovendien fijn dat iemand van buiten de school het spel komt begeleiden.”
Welke vaardigheden ontwikkelen kinderen als ze Beste Directeur spelen?
“De leerlingen leren een mening vormen en stilstaan bij wat zij zelf denken over een thema. Daarnaast leren ze zich in het standpunt van anderen te verplaatsen en zo gezamenlijk tot een oplossing te komen. De bedoeling is niet dat de kinderen gaan debatteren, maar dat ze met elkaar in dialoog gaan. Het is belangrijk dat ze begrijpen wat een medeleerling wil zeggen. In plaats van elkaar te overtuigen, proberen we naar elkaar te luisteren en elkaar te begrijpen.”
Zien jullie mogelijkheden om het spel verder uit te breiden of aan te passen voor andere leeftijdsgroepen?
“Als scholen aangeven dat hier interesse voor is, zijn we bereid een gelijkaardig spel te ontwikkelen dat geschikt is voor een andere doelgroep. In het secundair onderwijs bestaan al veel formele structuren voor participatie, daarom focussen we ons vooral op het basisonderwijs of jonger. Volgens mij is deze spelvorm zelfs toepasbaar op kleuters.”




