De deelname van Israël aan het Eurovisiesongfestival veroorzaakt dit jaar stevige controverse. Ook Broederlijk Delen mengt zich in het debat en uit zware kritiek op de houding van de Europese omroepunie (EBU). Volgens de organisatie is het onhoudbaar om een land dat volgens hen verantwoordelijk is voor ernstige mensenrechtenschending toch toe te laten tot een evenement dat miljoenen kijkers bereikt.
Eurovisie stelt officieel ‘apolitiek’ te zijn. Is die claim volgens jullie realistisch?
“Het is onmogelijk om apolitiek te blijven in deze context. De deelnemers vertegenwoordigen expliciet een land, waardoor het onvermijdelijk politiek wordt. Eurovisie heeft dat zelf ook erkend door Rusland uit te sluiten na de invasie van Oekraïne. Als het festival nu beweert apolitiek te zijn, hanteert het twee maten en twee gewichten.”
Hoe kijkt Broederlijk Delen naar de deelname van Israël aan het Eurovisiesongfestival in de huidige situatie?
“Een land dat zich schuldig maakt aan genocide en oorlogsmisdaden, hoort volgens ons niet thuis op het Eurovisiesongfestival.”
Is het volgens u problematisch dat Rusland is uitgesloten, maar Israël niet?
“Ja. Elk land dat zich schuldig maakt aan oorlogsmisdaden, en in dit geval zelfs aan genocide, zou uitgesloten moeten worden.”
Kan een deelname aan Eurovisie het imago van een land normaliseren of witwassen?
“Zeker. Deelname van een land als Israël of Rusland, zou de indruk wekken dat alles normaal verloopt, terwijl dat niet het geval is. Volgens ons is er sprake van genocide, wordt het staakt-het-vuren herhaaldelijk geschonden en gaat de bezetting en kolonisering van de Westelijke Jordaanoever verder. Net daarom is het belangrijk een duidelijk signaal te geven. Uitsluiting is het minimum.”
Welke verantwoordelijkheid heeft de EBU?
“De eindverantwoordelijkheid ligt bij de EBU. Nationale omroepen zoals VRT en RTBF dragen eveneens verantwoordelijkheid omdat zij druk kunnen uitoefenen en mee stemmen. Maar het is uiteindelijk de EBU als geheel die moet beslissen. Op dit moment lijkt men die verantwoordelijkheid niet op te nemen.”




