In juni vieren we wereldwijd Pride Month. Een maand vol kleur, zichtbaarheid en trots voor de LGTBQ+ gemeenschap. Ook in België wapperen de regenboogvlaggen al aan de gevels en lijkt het op sociale media alsof iedereen welkom is, precies zoals die is.
Maar die zichtbaarheid roept ook vragen op. Want hoeveel van die aanvaarding is écht? Wat als je niet in het typische hokje past? Wat als ‘jezelf zijn’ in theorie wordt toegejuicht, maar in de praktijk nog steeds leidt tot blikken, vragen of stilzwijgende oordelen?
Zichtbaarheid is geen vanzelfsprekendheid
Sinds haar coming-out voelt Ellen Soors (22) zich vrijer, maar ook meer ‘zichtbaar’ op een kwetsbare manier. De druk om jezelf te bewijzen blijft bestaan, vertelt ze. “In het begin was ik mezelf voortdurend aan het aanpassen, aan situaties, aan mensen, aan hoe ik mij gedroeg, zelfs mijn kleding en haar. Ik wou bewijzen dat ik nog steeds ‘dezelfde’ was, omdat ik het gevoel had dat mensen mij plots anders zagen.”
“Het belangrijkste is dat je dicht bij jezelf blijft”
Ellen Soors
Hoewel er vandaag meer aandacht is voor diversiteit, merkt Ellen dat die openheid nog vaak afhangt van hoe iemand eruit ziet. “Als ik me vrouwelijk kleed, dan wordt mijn identiteit niet in vraag gesteld. Maar op dagen dat ik mannelijker gekleed ben, merk ik dat mensen anders naar mij kijken. Dat gaf me twijfels over wie ik was.”
Heeft Pride zijn doel bereikt?
Ellen is blij dat Pride bestaat, maar ziet het niet als een eindpunt. “Het is belangrijk om te vieren hoe ver we gekomen zijn, maar we mogen niet doen alsof het werk al gedaan is.” Voor haar is het nog steeds een symbool van activisme, solidariteit en van het recht om jezelf te zijn zonder angst of schaamte. “Zolang er mensen zijn die zich niet geaccepteerd voelen om wie ze zijn, blijft Pride nodig.”
Pride is geen modetrend, geen tijdelijk symbool. Het is een herinnering. Acceptatie, inclusie en gelijkwaardigheid zijn volgens Ellen geen voltooid verleden tijd. Ze vragen blijvende aandacht en inzet, ook vandaag de dag.




