Als het laatste fluitsignaal heeft geklonken

Met gepersonaliseerde vechttenues, MMA handschoenen, kreten en alles wat kan intimideren, lopen ze een bospad door. Aan de andere kant van het pad gebeurt zowat hetzelfde, maar dan een andere ploeg. Ze lopen op elkaar af om binnen enkele minuten met elkaar te gaan knokken alsof hun leven ervan afhangt. Het is een aparte hobby, maar wel één vol passie.

Hooliganisme is een religie

Als voetbal een religie was dan waren de hooligans de priesters. Terwijl het woord “hooligans” een negatieve connotatie heeft, is het voor de harde kern een naam die ze omarmen. Wanneer een gewone supporter thuiskomt, trekt hij zijn truitje uit. Een hooligan heeft het truitje in zijn bloed. De club waarvoor hij supportert is de liefde van zijn leven. Een die-hard supporter is trouwer aan zijn ploeg dan aan zijn vrouw. Ze gaan door het vuur om de trots van hun ploeg te behouden. En een klap incasseren, dat hoort er ook bij.

In het voetbal speelt er veel meer dan enkel de match. De georganiseerde gevechten met supporters van een andere ploeg zijn intussen een deel van de sport. Voor hen stopt het niet na het laatste fluitsignaal. Integendeel, dan pas begint het echte werk.

“Nu de stadiums zo beveiligd zijn, kunnen we gewoon niet meer knokken ter plekke. Er zat niets anders op dan ons te verplaatsen naar bossen en afgelegen plekken”

Geen schrik

Tussen alle chaos en knokpartijen door verloopt de organisatie van een freefight vrij zakelijk. Tom* is  leider van een supportersclub. Volgens hem is een gevecht  een overeenkomst tussen twee partijen. “Niemand is daar tegen zijn wil. Wat daar gebeurt, dat is 30 seconden alles geven. Keihard gaan voor uw ploeg.”

Eén iemand van de harde kern regelt een overeenkomst met de andere ploeg, zoekt een locatie en stuurt de coördinaten door naar de groep. Eens ter plekke wordt er  op voorhand afgesproken met hoeveel ze vechten. Dat kan verschillen van 10 tot 40 man.

Schrik heeft Tom niet want de regels zijn duidelijk afgesproken. Lig je op de grond, dan stopt het voor jou. Er wordt niet verder geklopt dan. Daarom duurt een gevecht nooit lang. Dat kan 10 seconden duren of 40 seconden maar niet veel langer dan dat.”

Antwerp, en niemand anders

“Er is niet echt een klassement in freefights, maar we weten allemaal wel van wie je schrik moet hebben en van wie niet. Natuurlijk is Antwerp één van de ploegen waar je schrik voor moet hebben. In de Benelux is Antwerp een van de beste groepen in freefights, en dat zeg ik niet omdat ik zelf Antwerp supporter ben. Er zijn natuurlijk ook andere ploegen die zeer sterk zijn in het bos maar Antwerp hoort daar zeker bij.”

Wie niet weg is, is gezien

Freefights zijn illegaal. De vechtersbazen vinden het ridicuul. Er zijn duidelijke regels, niemand komt tegen zijn wil en aangezien ze op afgelegen plekken vechten, storen ze ook geen buurtbewoners.

“Als de politie ter plekke komt, dan is het rennen. Sommige gasten  hebben wel al het één en ander uitgestoken dus een extra aanklacht voor iets waar in hun ogen niets mis mee is, kunnen ze missen als tandpijn”

Vele jongens komen uit een gegoed milieu. Sommigen hebben een eigen bedrijf of hebben een goedbetaalde job. Het is dus een misverstand te denken dat iedereen die deelneemt aan zulke freefights uit het crimineel milieu komt of een marginaal is. Clubliefde kent geen onderscheid in klassen.

Het is sterker dan eender welke drug wanneer je jezelf bewijst tegenover mensen die je niet respecteren. Dat gevoel is verslavend.

Born to be wild

“De kick en adrenaline die je krijgt, dat is onbeschrijfelijk. Het is sterker dan eender welke drug wanneer je jezelf bewijst tegenover mensen die je niet respecteren. Dat gevoel is verslavend.”

De fascinatie voor geweld is van alle tijden. Het is een manier om macht te tonen. Soms is het ook de aard van het beestje. Hooligans die elkaar gaan bekampen in het stadion is verleden tijd. De beveiliging is zo goed en de straffen zo groot dat het haast onmogelijk is om ermee weg te komen.

De hooligans der hooligans die kost wat kost verder wilden knokken zochten daarom andere oorden op. Bossen of open velden waar ze ongestoord  en zonder pottenkijkers konden vechten. Het begon in landen als Rusland en Polen waar de gevechten ruw en brutaal zijn. Later is het fenomeen overgewaaid naar België en Nederland.

Veel van de vechters  zijn lid van een kickboksclub en meestal tussen de 20 en 30 jaar oud. De jongste vechter die ooit heeft deelgenomen aan een freefight was amper 16 jaar.

Een bosgevecht heeft iets weg van een religieus ritueel, een verlossing. Het feit dat er zelden zware ongelukken gebeuren, laat zien hoe sterk de ongeschreven regels zijn doorgedrongen bij de jongens. De hand die achteraf geschud wordt staat symbool voor het uiteindelijk delen van de zelfde passie: Clubliefde.

Door: Emile Perbal

Tom* is niet de echte naam van de geïnterviewde, die anoniem wil blijven.

Zeen is a next generation WordPress theme. It’s powerful, beautifully designed and comes with everything you need to engage your visitors and increase conversions.

More Stories
Bart* was alcoholverslaafd: “Ik geraak ooit uit de armoede”