Met de lente bijna achter ons en de zomer in zicht vullen kleurrijke boeketten weer volop de Vlaamse huizen. Vooral tulpen zijn populair en brengen een stukje natuur binnen in het huis, maar hoe duurzaam is dat stukje natuur?
Alles begint onder de grond
Tulpen beginnen hun leven onder de grond. De bollen worden in het najaar geplant zodat ze bij stijgende temperaturen naar boven kunnen komen en de bollen mooi kunnen openbloeien.
De reis
Zodra een snijbloem wordt geoogst, begint de aftakeling. Daarom gaan bloemen meteen in de koeling, zeker tulpen waarbij temperatuur cruciaal is. Tijdens transport blijven ze in koelwagens en dat vraagt veel energie, want schommelingen in temperatuur of luchtvochtigheid geven de schimmels vrij spel.
Een label zegt niet alles
“Een kweker is momenteel verplicht vanuit de veiling in Nederland om gecertificeerd te zijn.”, zegt Luc Puimege, business controller bij Agora. In de sierteelt bestaat er een certificeringskader, FSI, dat verschillende systemen bundelt rond duurzame productie. In Nederland is certificering via de veiling verplicht. Kwekers worden geaudit op onder meer gebruik van pesticiden en waterbeheer en moeten aantonen dat ze duurzaam produceren. Die informatie kan op de factuur vermeld worden. Het certificaat is verplicht voor wie via Royal Flora Holland veilt, maar niet voor kleinere telers die via Brussel veilen. Nederlandse telers uiten stevige kritiek op die verplichting. ”Het is een duur extra certificaat, zonder dat het bewijst dat je beter werkt dan een collega,” zegt teler Koen Hurtekant. “Ik noem dat pure greenwashing.”
Volgens telers wordt duurzaamheid bereikt tijdens de teelt en niet enkel met certificaten. Tijdens de teelt is de bloem vatbaar voor allerlei schimmels en ziekten en gebruiken veel telers chemische gewasbescherming. Het gebruik van schadelijke middelen neemt sterk af en steeds meer telers schakelen over op biologische gewasbescherming. “Ik probeer met biostimulanten en biologische gewasbescherming te werken”, zegt Koen Hurtekant. Ook het gebruik van teeltrotatie, een systeem waarbij je pas om de drie tot zes jaar op dezelfde grond teelt, is effectief voor de duurzaamheid. “Zo voorkom ik dat er ziektes in de grond zitten.”
Het hart van de sector
De tulp is wereldwijd populair, maar Nederlandse kwekers krijgen steeds meer kritiek, vooral over het gebruik van gewasbescherming. In de jaren ’50 werd dat nog veel grover toegepast, met grote hoeveelheden gif. “Onze kwekerij is de eerste die helemaal planetproof is gaan telen”, zegt Sylvia Pennings, mede-eigenares van de Tulip experience.
“Er is enorme vooruitgang geboekt tegenover vroeger.”
Sylvia Pennings, Tulip Experience
De Tulip Experience in Amsterdam heeft hier verandering in gebracht door als eerste kwekerij in Nederland planetproof te gaan telen. Ze ontvingen hiervoor een label van de overheid dat ook goedgekeurd werd door Greenpeace. In de praktijk betekent dit dat er wordt geteeld zonder schade voor mens of dier. Waar vroeger veel chemische middelen werden gebruikt, is de gewasbescherming vandaag veel strenger.
Zo duurzaam mogelijk
Snijbloemen vragen veel energie, vooral voor koeling na de oogst. De sector probeert dit te verminderen met efficiëntere processen, zoals zonnepanelen en warmtekrachtkoppeling waarbij de warmte van de serre en de opgewekte elektriciteit tegelijk benut worden. “Als we de serre verwarmen, produceren we stroom, waardoor we de koelcellen efficiënter kunnen laten draaien”, zegt Thomas Claes, zaakvoerder tuincentrum Claes. Ook het transport wordt efficiënter: kleine zendingen worden gebundeld om kosten en uitstoot te verlagen. “Door transport te bundelen proberen we aparte leveringen te vermijden, en zo de CO₂-uitstoot te beperken.”
Kan het nog duurzamer
In België wordt voorzichtig vooruitgekeken naar een energie-neutrale bloemenproductie tegen 2040. “Of dat haalbaar is voor de hele sector, blijft een grote vraag,” zegt Puimege. “We onderzoeken volop alternatieven zoals geothermie en warmtekoppelingen.” In Nederland liggen de doelstellingen dichterbij. Daar werkt de sector toe naar duidelijke doelen tegen 2027 en 2030, met onder meer strengere duurzaamheidsnormen en certificering. “De sector zet daar volop op in, en we zijn ervan overtuigd dat die doelen haalbaar zijn,” klinkt het bij Pennings.




