Wie kleding doneert aan de kringloop, gaat er vaak vanuit dat die opnieuw gedragen wordt. Maar volgens Thijs Paesen, hoofd van De Kringwinkel Maas en Kempen, klopt dat beeld slechts gedeeltelijk. Achter de schermen wordt een groot deel van wat binnenkomt nooit opnieuw verkocht.
Wij krijgen ongeveer vijf ton kleding per dag binnen
Vijf ton. Elke dag opnieuw. Wat ooit begon als een stroom tweedehandskleding, is vandaag een constante berg die blijft groeien. Vijf jaar geleden was dat nog maar anderhalve tot twee ton per dag. Nu is het meer dan het dubbele. En die berg moet ergens naartoe.

Van donatie tot selectie
“Alles wat wordt binnengebracht, via containers of rechtstreeks in de winkel, belandt eerst in een centraal magazijn”, legt Paesen uit. Daar begint het echte werk. Eerst is er een grove selectie. Kleding die vuil is, kapot, of simpelweg niet meer bruikbaar, wordt meteen apart gelegd. Van die stukken worden nog poetsdoeken gemaakt of andere vormen van hergebruik gezocht.
Wat overblijft, gaat door naar een tweede, strengere controle. Werken de ritsen nog? Zitten alle knopen er nog aan? Is het kledingstuk verkoopbaar? Alleen de beste stukken halen de winkel. De rest verdwijnt uit het zicht van de gever. Volgens Paesen blijft slechts 20 tot 25 procent van de kleding effectief in de winkel. Met andere woorden: driekwart van wat mensen binnenbrengen, belandt nooit in de rekken van de kringloopwinkel.
De mythe van het “tweede leven”
Veel mensen doneren met een gerust gevoel. Maar dat gevoel klopt maar gedeeltelijk. De realiteit is er een van overschot. Te veel kleren, te weinig vraag. Wat niet verkocht kan worden, krijgt een andere bestemming. Een deel wordt verwerkt tot nieuwe materialen. Een ander deel wordt verkocht aan opkopers en verdwijnt naar het buitenland. “Die worden verscheept naar China, India of Afrika”, zegt Paesen. Daar krijgen ze soms alsnog een tweede leven, maar vaak in een compleet andere context dan de donateur voor ogen had.
Veel kleding komt binnen met het prijskaartje er nog aan
Niet alleen de hoeveelheid kleding verandert. Waar kringloopwinkels ooit vooral degelijke stukken kregen, zien medewerkers vandaag een duidelijke verschuiving. Paesen benadrukt dat er ook een duidelijke verandering is in wat er binnenkomt: “Veel kleding is nauwelijks gedragen. Soms zelfs helemaal niet. Prijskaartjes hangen er vaak nog aan wanneer ze binnenkomen.”


Merken zoals Shein, H&M en Zara duiken steeds vaker op in de sorteercentra. Goedkope, snel geproduceerde kleding die vaak niet gemaakt is om lang mee te gaan. En dat stelt de kringloop voor een nieuw probleem. Niet alles wat binnenkomt, is nog de moeite waard om opnieuw te verkopen. Volgens Paesen is dat ook een economische realiteit. Want kleding die niet in de winkel belandt, wordt per kilo verkocht aan opkopers. En dat levert aanzienlijk minder op dan de verkoop per stuk. Hoe meer er buiten de rekken valt, hoe kleiner de marge.
Meer kleren dan bestemming
De kringloopwinkel was ooit het eindpunt van een kledingstuk. Vandaag is het eerder een schakel in een veel groter systeem. Een systeem waarin kopen vanzelfsprekend is geworden, en wegdoen steeds makkelijker wordt.
De zak die je in de container gooit, voelt misschien als een goede daad. Maar achter die ene donatie schuilt een realiteit van tonnen textiel, sorteerlijnen en internationale doorverkoop. Wat begint als hergebruik, eindigt niet altijd bij een nieuwe drager. En dus blijft de vraag: lossen we het op door te doneren? Of is het vooral een manier om met een gerust geweten plaats te maken voor de volgende aankoop?
Het selectieproces: “Achter de schermen van de kledingberg”
Elke dag komt er in het magazijn van De Kringwinkel in Merksem ongeveer 7.500 kilo textiel binnen. Marketing manager Sanne Van Delft legt uit hoe kleding achter de schermen gesorteerd, geselecteerd en verwerkt wordt, en waarom fast fashion steeds vaker op de sorteerband verschijnt.
Duurzaamheids-ondernemer Sara Kovic: “De kringloop kan het niet alleen oplossen”
Volgens Sara Kovic, oprichter van het circulaire modeplatform Okret, ligt het probleem van fast fashion veel dieper dan wat er in textielcontainers belandt. Niet alleen de productie van kleding versnelt, ook de manier waarop consumenten omgaan met mode verandert razendsnel.
De drang naar iets nieuws
“We zijn het gewend geraakt om voortdurend iets nieuws te willen”, zegt Kovic. “We kopen sneller om iets te voelen. Om ons beter te voelen. Maar dat gevoel gaat ook heel snel weer voorbij.”
Daar ligt volgens Kovic een van de belangrijkste verklaringen voor de groeiende textielberg die vandaag bij kringloopwinkels terechtkomt. Kleding kopen is steeds toegankelijker geworden, terwijl de emotionele waarde ervan daalt. Vooral fast fashion speelt daarin een grote rol. Goedkope kledingstukken volgen elkaar in een sneltempo op, verdwijnen even snel weer uit de kast en belanden uiteindelijk in de donatiestroom.
Waar de Kringwinkel vastloopt
Toch wijst Kovic niet alleen naar consumenten die te veel kopen. Ook het systeem achter de kledingindustrie loopt vast. Terwijl kringloopwinkels steeds meer textiel binnenkrijgen, ontbreekt het volgens haar aan een goed netwerk om al die kleding opnieuw waarde te geven.
Er wordt verwacht dat kringloopwinkels zowel inzameling, hergebruik, sortering als recyclage tegelijk opvangen. Maar daarvoor ontbreekt de nodige infrastructuur, zegt Kovic. Veel kledingstukken zijn niet meer geschikt voor lokale verkoop, terwijl er tegelijk te weinig samenwerkingen bestaan met andere sectoren die textiel nog als grondstof kunnen gebruiken.
Fast fashion als grondstof
Opvallend genoeg ziet Kovic fast fashion niet uitsluitend als waardeloos afval. Zelfs goedkope kledingstukken kunnen volgens haar nog bruikbaar materiaal bevatten. Het probleem is vooral dat er te weinig systemen bestaan om die materialen opnieuw in circulatie te brengen. “Een polyester jurk van vijf euro blijft nog altijd polyester”, zegt ze. “Dat materiaal kan nog waardevol zijn voor recyclage. Het probleem is dat we geen goede outputkanalen hebben.”
Volgens haar ligt de focus vandaag te veel op inzamelen, terwijl er veel minder wordt nagedacht over wat er daarna met die enorme stroom kleding moet gebeuren. Kringloopwinkels blijven ondertussen sorteren, selecteren en proberen zoveel mogelijk lokaal te verkopen, maar botsen steeds vaker op hun limieten.
Fast fashion: verwijst naar goedkope kleding die snel geproduceerd wordt om voortdurend nieuwe trends in winkels en online collecties te brengen. De kleding wordt vaak gemaakt om slechts korte tijd gedragen te worden, waardoor consumenten sneller nieuwe stukken kopen en oude kleding sneller vervangen.
Meer dan een consumentenprobleem
Kovic stelt dat het probleem niet alleen bij consumenten die te veel kopen of te snel wegdoen ligt. De volledige modesector is volgens haar jarenlang opgebouwd rond goedkope productie, constante vernieuwing en snelle consumptie. Daardoor werd kleding steeds goedkoper, toegankelijker en makkelijker vervangbaar.
“De consument consumeert wat je maakt”, zegt ze. “Als je lage kwaliteit op de markt brengt, krijg je ook lage kwaliteit terug.”Daardoor komt de verantwoordelijkheid vandaag nog te vaak volledig bij de consument terecht, terwijl ook producenten, retailers en recyclagesystemen mee bepalen hoe kleding circuleert.
Zolang de hoeveelheid kleding blijft toenemen en de systemen errond niet mee veranderen, dreigt de textielberg sneller te groeien dan hij verwerkt kan worden. Voor sommigen begint die verandering daarom niet bij recycleren of doneren, maar simpelweg bij minder kopen.
Renée Guisson: “Je wordt constant aangemoedigd om iets nieuws te kopen”
Vroeger ging Renée Guisson, student modetechnologie, bijna elke week shoppen. Soms online, soms in fysieke winkels. Vaak gewoon omdat iets goedkoop was of omdat ze zich verveelde. Vandaag probeert ze het tegenovergestelde: een jaar lang geen nieuwe kleding kopen.
Je ziet hoeveel kleding gemaakt wordt om maar even mee te gaan
Tijdens haar opleiding begon Renée anders naar kleding te kijken. Waar mode vroeger vooral draaide rond trends en nieuwe collecties, ziet ze vandaag ook de processen achter productie, materiaalgebruik en consumptie. “Je ziet plots hoeveel processen er achter één kledingstuk zitten”, zegt ze. “Ook hoeveel kleding eigenlijk gemaakt wordt om er maar even mee door te gaan.”
Die nieuwe blik veranderde ook haar kijk op fast fashion. Vooral de snelheid waarmee kleding geproduceerd, verkocht en vervangen wordt, deed haar nadenken over haar eigen koopgedrag.
Online verleiding
Hoewel Renée nog maar enkele maanden bezig is met haar uitdaging, merkt ze nu al hoe moeilijk het geworden is om aan die constante verleiding te ontsnappen, vooral online. “Je ziet constant nieuwe trends verschijnen en alles is zo makkelijk geworden om meteen te bestellen”, legt ze uit. “Dus de verleiding is wel echt groot.”
Volgens de student modetechnologie zit die drang naar vernieuwing vandaag bijna overal ingebouwd. Sociale media, advertenties en influencers zorgen ervoor dat kleding voortdurend zichtbaar blijft en trends elkaar steeds sneller opvolgen.


Bewuster omgaan met kleding
Toch draait het experiment voor haar niet alleen om minder kopen. Het gaat ook over bewuster leren omgaan met kleding die al bestaat. “Ik hoop vooral dat ik hierna anders ga kijken naar kleding”, klinkt het. “Dat ik langer ga nadenken voor ik iets koop, meer ga kijken naar kwaliteit en naar wat ik eigenlijk al heb.”
Nieuwe kleding kopen is volgens Renée zo vanzelfsprekend geworden dat veel mensen nauwelijks nog nadenken over wat er met die kleding gebeurt nadat ze wordt weggedaan. Terwijl kringloopwinkels proberen om de groeiende textielberg te verwerken, probeert zij vandaag vooral kritischer te kijken naar haar eigen consumptiegedrag.
Elke dag opnieuw verdwijnen zakken vol kleding op sorteerbanden, in magazijnen en opnieuw richting winkelrekken. Maar zolang kleding sneller gekocht dan gedragen wordt, lijkt ook de stroom textiel niet meteen te vertragen.




