Vanop de zijlijn ziet het er vaak simpel uit. Prestaties. Medailles. Doorzetten. Maar achter de schermen botsen veel sporters op een andere realiteit: mentale druk, twijfel, controleverlies, en een systeem dat zelden ruimte laat voor pauze. De topsportwereld is veel meer dan het topje van de ijsberg dat je op televisie ziet.
In deze longread:
“Topsport is niet alles. En dat is oké.”
Tibo De Smet is 25 en een van de beste Belgische afstandslopers. Maar de weg naar de top verliep niet vlekkeloos . Toen hij het gevoel had te bezwijken onder de prestatiedruk, besloot hij voor het eerst iets te doen dat hij eerder niet toeliet: vertellen wat er echt speelde.
In 2023 stopte Tibo met studeren om zich volledig op het lopen te richten. “Ik liep toptijden, dus het voelde logisch. Maar ik verloor gaandeweg het plezier. Slechte uitslagen kon ik mentaal niet verwerken, en buiten het lopen gaf niets me nog energie.”
De atletiekwereld is een buitenbeentje tegenover andere topsporten. Zo werkt men in België met topsportcontracten, die volgens Tibo veel druk bij de atleet leggen: “Je moet elk jaar top 3 of top 8 in de wereld lopen, dat is gewoonweg niet haalbaar.”
Zoek uit wat voor jou werkt. Niet wat je denkt dat ‘moet’ of wat anderen doen.
– Tibo De Smet
“Ik dacht dat ik niet meer kon als atleet,” zegt hij. “Tot ik mijn camera erbij pakte, begon te filmen en mijn verhaal vertelde. Niet met het idee om iets groots te doen, maar gewoon om te zeggen waar het op staat.”
De reacties verrasten hem. “Wereldkampioenen, amateurs en trainers stuurden me allemaal berichten. Blijkbaar was het herkenbaar. En nodig.”
Vandaag zoekt hij bewust de balans op: lopen combineren met andere passies. “Ik heb twee jaar geprobeerd om alléén met sport bezig te zijn. Dat werkte niet. Nu zeg ik tegen mezelf: plezier en presteren kunnen wél samen.”
Zijn advies aan jonge atleten? “Zoek uit wat voor jou werkt. Niet wat je denkt dat ‘moet’ of wat anderen doen. Iedereen heeft zijn eigen formule nodig.”
Eetstoornissen in de sport: meer dan te weinig eten
Louise Carton was jarenlang de beste veldloopster van het land. Maar achter haar prestaties ging een verhaal schuil dat ze lang niet durfde te vertellen. Ze kreeg een eetstoornis die ook het einde van haar carrière zou betekenen.
Ik werd wakker van de honger en ik kon niet meer met mijn familie eten.
– Louise Carton
Wat is een eetstoornis?
Eetstoornissen komen opvallend vaak voor in sportomgevingen waar gewicht, uiterlijk of prestatie een grote rol spelen. Denk aan atletiek, dans, gymnastiek of wielrennen. Maar wat veel mensen vergeten: een eetstoornis draait zelden puur om eten.
Een eetstoornis is een mentaal probleem, waarbij het lichaam als uitlaatklep wordt gebruikt. Controle, perfectionisme, angst, prestatiedruk: het zit allemaal verweven. Vaak begint het onschuldig — een dieet, een opmerking, een vetmeting — maar de drang naar controle kan uitgroeien tot obsessie.
Ik dacht: oei, ga ik hier uit geraken of niet?
– Roos Leten
Wat zijn signalen?
– Obsessief bezig zijn met eten, gewicht of lichaam
– Schuldgevoel na het eten of extreem compenseren
– Sociaal isolement rond maaltijden
– Slecht slapen, prikkelbaarheid, uitputting
Veelvoorkomend misverstand:
“Een eetstoornis zie je aan iemands lichaam.”
Nee. Mensen met een eetstoornis kunnen elk lichaamstype hebben. Het gaat niet om hoe iemand eruitziet, maar om wat er zich afspeelt in hun hoofd en gedrag.
Zoek hulp
Herstel is mogelijk — maar vergt tijd, begeleiding en veiligheid. Topsportomgevingen doen er goed aan om preventief in te zetten op mentaal welzijn, en signalen serieus te nemen voor het lichaam stilvalt.
Wil je praten of hulp zoeken?
hulplijn.be – 0800 111 00
eetexpert.be – kenniscentrum eetstoornissen
Na de intense verhalen over prestatiedruk en de gevolgen daarvan, rijst de vraag: moet sport altijd zo hard zijn? Maar vaak loopt het in de sportwereld ook goed. Als mentale begeleiding van bij het begin aanwezig is, maakt dat een wereld van verschil. Ex-zwemmer Tom Vangeneugden vertelt hoe het ook kan.
We werkten van het begin samen met een sportpsycholoog.
– Tom Vangeneugden
Het hoeft niet fout te lopen

Tom Vangeneugden heeft er een mooie zwemcarrière op zitten: Olympische Spelen in 2008, vijf EK-finales, jarenlang de Belgische top. Maar wat hem vooral bijblijft, is wat hij naast het bad kreeg: mentale begeleiding, vanaf het begin.
“Bij BLOSO werkten we van in het eerste jaar met een sportpsycholoog. Dat was gewoon deel van mijn programma. Niet omdat er iets mis was, maar omdat het erbij hoorde. Net zoals krachttraining of techniek.”
Waar andere atleten pas hulp krijgen als ze vastlopen, kreeg Tom mentale ondersteuning als onderdeel van zijn groei. “We keken naar prestatiedruk, naar spanning voor wedstrijden, motivatieproblemen. Dat zorgde ervoor dat ik wist wat ik voelde — en dat ik er iets mee kon doen.”
Als het enige wat telt, de uitslag is, dan raakt alles daartussen ondergesneeuwd
– Tom Vangeneugden
Hij ziet dat het bij veel sporters anders gaat. Dat mentale zorg vaak pas op tafel komt als het eigenlijk al te laat is. “Dat is jammer. Als je preventief werkt, is de kans veel groter dat iemand goed door die moeilijke fases geraakt. Maar dan moet die begeleiding wel vast onderdeel zijn van het systeem.”
Tom stopte uiteindelijk op zijn 29e. Hij voelde dat hij klaar was, dat zijn verhaal af was. “Ik had alles kunnen geven en voelde geen spijt. Ik had 2 jaar voor het einde van mijn carrière samen met mijn psycholoog mijn afscheid al voorbereid. Dat is veel waard.”

In de verhalen van andere atleten herkent hij de druk, maar ook het gemis aan ondersteuning. “Het is niet omdat je sterk lijkt, dat je niks nodig hebt. Iedereen heeft baat bij iemand die luistert, meekijkt, bijstuurt. Je hoeft niet te wachten tot het fout loopt.”
Druk hoort bij sport. Net als ambitie. Maar als het enige wat telt, de uitslag is — dan raakt alles daartussen ondergesneeuwd: het plezier, de twijfel, de ruimte om te groeien of te vallen.
Voetbal zonder scheidsrechter om druk te verlagen

In het traditionele voetbal is de scheidsrechter de onbetwiste autoriteit. Hij of zij beslist over overtredingen, trekt gele en rode kaarten en moet voorkomen dat wedstrijden uit de hand lopen. Maar wat als je die volledig zou weglaten? Kan een wedstrijd eerlijk verlopen zonder externe controle?
De Liefhebbers Zaalvoetbal Cup, een competitie die al twintig jaar in Vlaanderen bestaat, bewijst dat het kan. Hier spelen teams zonder scheidsrechter, zonder regels van een bond en zonder de prestatiedruk die vaak met competitie gepaard gaat.
“Het begon heel kleinschalig,” vertelt Kris Verbert, oprichter van Fairplay Sports en bezieler van het initiatief. “We waren met een paar vrienden en we speelden op pleintjes in Vlaams-Brabant. We hadden zin om eens tegen andere ploegen te spelen, maar dan zonder het gedoe van officiële competities en scheidsrechters. Gewoon voor het plezier.”
Wat begon als een experiment met acht teams, groeide uit tot een competitie met meer dan duizend ploegen verspreid over Vlaanderen. En opmerkelijk: het systeem werkt.
Spelen met vrienden, zonder druk
De charme van de competitie zit volgens de spelers in de vrijheid en de vriendschappelijke sfeer. “Het is echt shotten met vrienden,” zegt Rik Goris, speler in de competitie. “Je weet dat je tegenstanders sportief zijn en niet overdreven hard gaan spelen, want daar schiet niemand iets mee op.”
Zijn teamgenoot Abdelali Bouassem ziet vooral een groot verschil met traditioneel voetbal: “In een gewone zaalvoetbalcompetitie speelt iedereen om te winnen, en soms ten koste van alles. Hier ligt de nadruk op fair play. Als je de bal buiten tikt, geef je hem gewoon terug. Je beslist samen, en dat werkt verrassend goed.”
Dat betekent niet dat er geen pittige duels zijn of dat spelers geen ambitie hebben om een wedstrijd te winnen. Maar de sfeer blijft sportief, omdat iedereen elkaar nodig heeft om het spel vlot te laten verlopen.
Fair play als basis
Een veelgehoorde kritiek op het idee van voetbal zonder scheidsrechter is dat spelers het zullen misbruiken. Maar in de praktijk blijkt dat amper een probleem. Om de sportiviteit te bewaken, ontwikkelde Fairplay Sports een systeem waarbij teams na elke wedstrijd een fairplay-score aan hun tegenstander geven.
“Als een ploeg zich niet goed gedraagt, spreken we hen daarop aan. En als ze blijven stoken, nemen we afscheid van hen,” legt Verbert uit. Maar dat is eerder uitzondering dan regel: “97% van de teams gedraagt zich perfect. Zij willen gewoon een leuke wedstrijd spelen.”
Dat gebrek aan prestatiedruk maakt de competitie ook toegankelijker. “Bij ons heb je geen transfers of ploegen die elk jaar hun zwakkere spelers vervangen,” zegt Verbert. “Je speelt met je vrienden, en dat blijft zo.”

Zonder scheidsrechter in andere sporten?
Het concept blijft niet beperkt tot zaalvoetbal. Fairplay Sports past het nu ook toe op andere sporten zoals spikeball, darts, badminton, beachvolleybal en drie-tegen-drie basketbal. “Het principe is overal hetzelfde,” zegt Verbert. “Als spelers beseffen dat ze samen verantwoordelijk zijn voor het verloop van de wedstrijd, ontstaat er spontaan een andere sfeer. Er is minder haantjesgedrag, minder ruzie en vooral meer plezier.”
Die filosofie sluit aan bij een bredere evolutie in de sportwereld. In jeugdcompetities verdwijnen resultaten steeds vaker om de prestatiedruk te verlagen. Ook in het professionele voetbal is er toenemende aandacht voor mentale gezondheid en het voorkomen van extreme competitiedruk.
De toekomst: meer sport, minder stress
De vraag blijft: kan zo’n model ooit op grotere schaal werken? Kan veldvoetbal zonder scheidsrechter? Kan profsport ooit draaien op vertrouwen in plaats van controle?
Voorlopig blijft dat toekomstmuziek, maar de Liefhebbers Zaalvoetbal Cup bewijst dat een andere manier van spelen mogelijk is.
De verhalen die je hier las en hoorde, verschillen van toon. Maar allemaal tonen ze wat we soms vergeten: dat achter elke prestatie een mens zit. En misschien is dat wel de belangrijkste conclusie.




