Foto van het Klein kasteeltje van Fedasil in Brussel

Tussen blijven en terugkeren

Sinds de val van het Assad-regime in december van 2024 is vrijwillige terugkeer naar Syrië opnieuw een actueel thema geworden. Ook in België speelt dit thema onder de Syriërs. Steeds meer Syriërs informeren zich over terugkeer, terwijl anderen hier intussen een leven hebben opgebouwd. Achter de cijfers en het beleid schuilt een moeilijke vraag die voor iedereen anders weegt: ligt de toekomst in België, of toch in Syrië?


Fedasil begeleidt Syriërs tussen hoop op terugkeer en onzekerheid

Volgens cijfers van Fedasil keerden in 2025 in totaal 219 Syriërs vrijwillig terug naar hun land van herkomst. Syrië stond dat jaar voor het eerst opvallend hoog in de lijst van vrijwillige terugkeerders. In de eerste maanden van 2026 keerden al zo’n 48 Syriërs vrijwillig terug.

Vrijwillige terugkeer betekent dat migranten zelf beslissen om terug te keren naar hun land van herkomst. De terugreis wordt vanuit België georganiseerd en kan gepaard gaan met een terugkeerpremie of re-integratiesteun. Die re-integratiesteun moet terugkeerders helpen om opnieuw een leven op te bouwen in hun land van herkomst. “Die steun kan bijvoorbeeld gebruikt worden om een woning te huren of te renoveren, medische kosten te betalen, werk te zoeken of een kleine economische activiteit op te starten”, vertelt Catherine Rombauts, programmabeheerder binnen de cel vrijwillige terugkeer van Fedasil. Sinds 1 januari 2026 zijn de regels rond re-integratie aangepast. Syrië wordt momenteel als prioritair land beschouwd, waardoor terugkeerders naar Syrië extra ondersteuning kunnen krijgen.

Een moeilijke keuze

Toch blijft terugkeren naar Syrië voor veel mensen een moeilijke keuze. Sommige Syriërs hopen om familieleden terug te zien, eigendom veilig te stellen of mee te bouwen aan de toekomst van hun land. Anderen blijven twijfelen door de onzekere situatie ter plaatse. Huisvesting, werk, basisvoorzieningen en veiligheid blijven belangrijke vragen. In het gesprek met Fedasil kwam ook naar voren dat veel Syriërs intussen in België een leven hebben opgebouwd. De toekomst van kinderen, verblijfsstatus en sociaal-economische integratie kunnen daarom redenen zijn om te blijven.

In het audiostuk legt Catherine Rombauts , programmabeheerder binnen de cel vrijwillige terugkeer van Fedasil uit hoe Syriërs die vrijwillig willen terugkeren praktisch begeleid worden.


Maria Daoud vertelt over haar leven als Syrische vluchteling in België: “Ik mis Syrië, maar mijn toekomst ligt hier”

Maria Daoud thuis in Malle

Voor veel Syrische vluchtelingen in België is de vraag of ze ooit willen terugkeren naar Syrië niet eenvoudig. Dat geldt ook voor Maria Daoud(26). Zij kwam 11 jaar geleden naar België, nadat de oorlog haar leven in Syrië volledig had veranderd. Vandaag heeft ze hier een nieuw leven opgebouwd, maar haar thuisland blijft altijd een deel van haar.

Voor ze naar België kwam, leidde Maria een druk en sociaal leven in Syrië. Ze ging naar school, sprak af met vrienden en nam deel aan activiteiten via de kerk. “Het was vooral een normaal leven”, vertelt ze. “Sociaal, vol activiteiten, met vrienden en familie rondom mij.” Maar dat gewone leven veranderde ingrijpend toen de oorlog dichterbij kwam.


Naarmate de situatie in Syrië verslechterde, werd de buitenwereld kleiner. Uitstappen vielen weg, activiteiten verhuisden naar binnenshuis en ook school verminderde met de dag. “Door de bombardementen gingen we op slechte dagen minder naar school”, zegt ze. Wat eerst een jeugd vol routine was, werd stilaan één van voorzichtigheid. De oorlog trof ook haar gezin hard. Haar vader had een bedrijf in natuursteen in Aleppo en exporteerde naar Griekenland en andere Europese landen. Toen het geweld escaleerde, werd dat bedrijf vernield. “Hij heeft alles verloren daar”, zegt Maria.”Hij heeft dan een tijdje zonder werk gezeten, tot dat hij een winkel oprichtte.”

Foto: Kenny Herremans (2014): Vluchtelingenkamp voor Syriërs in Noord-Jordanië


Maar toen hij geen toekomst meer zag voor zijn kinderen, nam hij een ingrijpende beslissing. Ze gingen vluchten. Maria was vijftien toen ze hoorde dat haar gezin naar België zou komen. Haar vader had zelf eerst de gevaarlijke route afgelegd, via Turkije en Griekenland, samen met een oom. De rest van het gezin kon later met een visum volgen. België kwam in beeld via een neef die al zo’n dertig jaar in Brussel woonde. Voor Maria was dat moment allesbehalve makkelijk. “Ik besefte dat ik alles moest achterlaten: mijn vrienden, mijn studie, mijn land”, zegt ze. “Op die leeftijd was het moeilijk om te begrijpen dat ik opnieuw van nul moest beginnen, en ook nog eens een nieuwe taal moest leren.” Toch zag ze één houvast op dat moment. “Ik geloofde dat, omdat mijn familie erbij was en dat ik wel een goede toekomst zou kunnen opbouwen.”

Nieuw land, nieuwe taal, nieuw alles

Een van de moeilijkste periodes sinds haar aankomst in België was de overstap van de OKAN-klas naar het reguliere onderwijs. Plots zat ze tussen leerlingen die haar situatie niet altijd begrepen. “Ze beseften niet dat ik een nieuwe taal aan het leren was”, vertelt ze. Hoewel leerkrachten haar zo goed mogelijk probeerden te helpen, voelde die periode zwaar. “Omdat ik voor België een heel sociaal persoon was, was het voor mij een grote stap om gewoon een school binnen te komen.”

Explainer: OKAN staat voor Onthaalklas voor Anderstalige Nieuwkomers. Het is onderwijs voor jongeren die pas in België zijn aangekomen en nog niet genoeg Nederlands spreken om meteen les te volgen in een gewone klas. In OKAN krijgen leerlingen vooral veel Nederlands. Daarnaast leren ze hoe het Belgische schoolsysteem werkt. Ze krijgen ook begeleiding bij praktische zaken, zoals studiekeuze, schoolregels en aanpassen aan een nieuwe omgeving. Het doel van OKAN is dat jongeren na een tijd kunnen doorstromen naar het gewone secundair onderwijs, een opleiding of werk.

De aanpassing vroeg veel van haar. Ze moest lessen volgen en examens afleggen in een taal die ze nog niet volledig beheerste. De school gaf haar enkele aanpassingen, zoals een tijdelijke vrijstelling voor Frans en extra NT2-lessen buiten de gewone schooluren. Die ondersteuning hielp, maar de eerste zes maanden tot een jaar bleven moeilijk. Toch veranderde haar leven in België haar ook vanbinnen. Maria zegt dat ze vandaag anders in het leven staat dan in Syrië. “In Syrië bleef ik meer in mijn safe zone. Hier ben ik iemand geworden die meer uitdagingen aangaat en meer durft.”

Dat was ook de droom van mijn ouders: dat wij hier een betere toekomst zouden hebben.”

Maria Daoud

Keuze met weinig hoop

Maria mist haar familie, vrienden en haar leven in Syrië. Ze heeft nog veel contact met familieleden die er wonen, en wat zij vertellen, geeft haar weinig hoop. De situatie blijft volgens haar onveilig en economisch erg zwaar. “Er zijn geen vaste regels in Syrië. Er blijven problemen, en er worden nog altijd mensen doodgeschoten die niets hebben gedaan”, zegt ze. “Economisch is het ook super moeilijk. Alles is duur, en de mensen hebben weinig of geen inkomen.”

Hoewel Syrië in haar hoofd en hart aanwezig blijft, ziet ze haar toekomst voorlopig niet daar. “Ik ben blij dat ik hier in België ben”, zegt ze. “Ik heb hier mijn toekomst proberen op te bouwen.” Ze sluit niet uit dat ze ooit nog eens teruggaat, maar eerder als bezoek. “Als vakantie, ja. Maar om er echt te wonen, dat zie ik nu niet. Misschien later, na mijn pensioen. Maar nu wil ik hier werken en verder studeren.”

Toekomst

Waar ze vandaag het meest trots op is, is wat ze hier heeft opgebouwd, haar studies, haar taal en haar rol binnen het gezin. “Bijna afstuderen is voor mij heel belangrijk”, zegt ze. “Dat was ook de droom van mijn ouders: dat wij hier een betere toekomst zouden hebben.” Omdat hun diploma’s in België niet erkend werden, konden haar ouders hun eigen opleidingen niet verzilveren. Voor Maria voelt haar traject daarom ook als iets dat ze voor hen mee waar maakt.

Ze leerde een nieuwe taal, hielp haar ouders met administratie en bouwde stilaan een leven op in een land dat ooit volledig vreemd was. Syrië blijft een deel van haar, maar België is de plek waar haar toekomst meer zekerheid biedt. Tussen twee thuislanden heeft ze niet alleen leren overleven, maar ook leren groeien.


Van Syrië naar Berchem: Shadi Al-Shami bouwt opnieuw aan zijn restaurantdroom

Vier jaar geleden kwam Shadi Al-Shami(19) met zijn familie aan in België. Hij was toen nog maar vijftien jaar oud. Zoals Maria Daoud kende hij in Syrië een rustig leven, maar door de oorlog veranderde alles. De familie moest vertrekken en kwam uiteindelijk in België terecht.

Opnieuw beginnen in België

Voor Shadi was die nieuwe start niet vanzelfsprekend. Vooral de taal, de papieren en de verblijfskaart maakten de eerste jaren moeilijk. Hij volgde Nederlands en ging twee jaar naar de OKAN-klas. Toch bleef Shadi vooruitkijken. Hij wilde niet alleen studeren, maar ook iets opbouwen samen met zijn vader. Die droom kwam niet zomaar uit het niets. In Syrië had de familie vroeger ook een restaurant, maar dat ging verloren door de oorlog.

Een oude droom in een nieuwe stad

Vandaag krijgt die oude restaurantdroom een nieuw begin in Berchem. Zeven maanden geleden openden Shadi en zijn vader Shami Kebab. Voor hen is het restaurant meer dan een plek waar klanten kebab of shawarma kunnen eten. Het is ook een manier om iets van Syrië mee te brengen naar België. Of hij ooit nog naar Syrië wil terugkeren, weet Shadi nog niet helemaal. Syrië blijft belangrijk voor hem, maar voorlopig ligt zijn toekomst in Berchem. Als zijn zaak goed draait, droomt hij ervan om later misschien nog meer Shami Kebab-zaken te openen. Terugkeren naar Syrië ziet hij voorlopig vooral als iets voor vakantie.

In de video hieronder vertelt Shadi over het restaurant, zijn familie en hoe Shami Kebab voor hen een nieuw begin werd in België.

Wil je dat anderen dit ook lezen? Deel!

Zeen is a next generation WordPress theme. It’s powerful, beautifully designed and comes with everything you need to engage your visitors and increase conversions.

More Stories
Winkeltas met Aperol Spritz en Cava
Ik mag van geluk spreken met mijn grasmat