Thuis vol trots: Hoe kan iemand trots zijn in zijn eigen stad of gemeente?

Stedelijke trots, het lijkt een vanzelfsprekende emotie, maar achter dit gevoel schuilt een complex samenspel van herinnering, identiteit en groepsgevoel. Maar hoe komt dat nu dat mensen zich zo trots kunnen voelen op hun eigen stad of gemeente? Professor Walter Weyns, emeritus hoogleraar sociologie aan de Universiteit Antwerpen vertelt waarom we soms zo trots kunnen zijn.

De geboorteplaats als verlengstuk van jezelf

“De trots op de eigen woonplaats,” legt professor Walter Weyns uit, “is vaak ook een verlengstuk van je eigen trots en zelfvertrouwen.” Volgens Weyns is de plek waar je geboren wordt en opgroeit onlosmakelijk verbonden met je identiteit: “Zelfs wanneer mensen er niet graag wonen, blijft de hechting bestaan. Je eerste schooldag, je eerste pasjes, je eerste avonturen: ze kleuren die locatie met persoonlijke betekenis.”

Volgens Walter Weyns voelen mensen zich niet per se trots omdat hun stad of gemeente objectief ‘goed’ is. “Je kunt beginnen meten: voel je je hier veilig, zijn er voldoende bushaltes, zijn de mensen aangenaam? Dat zijn allemaal rationele, meetbare factoren. Maar trots op een plek is vaak iets emotioneels, niet logisch of objectief verklaarbaar. Je kunt zelfs trots zijn op een plek waar het objectief gezien niet zo aantrekkelijk is om te wonen. Gewoon omdat je daar bent opgegroeid.”

Collectieve trots: van t-shirts tot slogans

Trots wordt vaak collectief beleefd, zegt Weyns: “Je voelt iets individueels, maar het wordt versterkt binnen de groep.” Hij verwijst naar het fenomeen van t-shirts waarop de naam van de eigen gemeente staat: “Zoals iemand met een sjaal van zijn voetbalclub rondloopt, zo liep men rond met een t-shirt waarop stond: ‘Ik ben van Zwevezele en daar ben ik trots op.'”

Ook slogans dragen bij aan dat groepsgevoel. “In Antwerpen hoor je vaak: ‘Antwerpen en de rest is parking.’ Dat wordt in tal van uitdrukkingen, grapjes en slogans voortdurend opgelepeld. Het hangt hier gewoon in de lucht.”

Volgens Weyns speelt regionale trots vooral sterk in gebieden die zich historisch wat minder machtig voelden. “In West-Vlaanderen, Limburg, en een beetje in de Kempen wordt die trots echt gekoesterd. Het is een beetje zoals Asterix en Obelix die weerstand bieden tegen de grote machthebbers.” Hij wijst erop dat ook op wijkniveau in grote steden collectieve trots kan ontstaan: “In Antwerpen zeggen mensen: ‘Wij van het Kiel’ of ‘Wij van de Seefhoek’.”

De rol van onderwijs en lokale verhalen

Onderwijs draagt ook bij tot stedelijke trots, vertelt Weyns: “Via het onderwijs leer je over de lokale geschiedenis. Zoals in Boom, waar jongeren leren over de steenbakkerijen.” Dat schept volgens hem een band met de regio: “Waar je opgroeit, maakt deel uit van je identiteit.” Historische figuren spelen daarbij een rol.

In Brugge verwijst men naar Jan Breydel, in Lier naar Felix Timmermans. In elke stad of gemeente zijn er verhalen en figuren die het collectieve geheugen kleuren.

Walter Weyns

Wanneer trots problematisch wordt

Weyns waarschuwt: “Trots wordt problematisch als het ten koste gaat van anderen. Als je denkt dat omdat je uit stad X komt, alle anderen minder zijn, dan slaat het om in arrogantie.” Hij vergelijkt het met hoofdsteden als Parijs: “Een Parijzenaar denkt vaak dat hij beter is dan iemand van elders. Die vorm van trots is gevaarlijk omdat ze leidt tot uitsluiting.”

Verhuizingen beïnvloeden de trots ook. “Jonge mensen trekken vaak naar de stad voor hun studies of carrière, maar keren later terug naar gemeenten waar ze rust en ruimte vinden.” Toch verdwijnt de oorspronkelijke binding niet zomaar: “Ook wie verhuisd is, blijft vaak trots op zijn geboortedorp.”

Referentiegroepen en externe trots

Zelfs wie niet uit een bepaalde stad komt, kan trots zijn op die plek. Weyns noemt dat ‘referentiegroepsgedrag’: “Je refereert aan een groep waar je eigenlijk niet toe behoort, maar die belangrijk voor je is. Zoals iemand die fan is van Club Brugge zonder uit Brugge te komen.” Hij ziet dat fenomeen ook nationaal: “In Frankrijk refereert men vaak trots aan Parijs, ook al woont men in een dorp ver daarvandaan.”

Professor Weyns maakt een onderscheid tussen trots op gemeenten, regio’s en landen: “De hechting aan een natie is belangrijk in situaties van leven en dood, bijvoorbeeld in oorlog. De regio daarentegen draagt de “couleur locale”. De eigen kleur en geur van een streek. Een West-Vlaming is anders dan een Limburger, zoals een Elsasser anders is dan een Breton. In België zijn die verschillen klein, maar zeker aanwezig.”

Hoe gelukkig voelen mensen zich in hun eigen gemeente? En waarom voelen sommigen zich diep verbonden met een plek. Om daar inzicht in te krijgen, lanceerde de Vlaamse overheid de Gemeente-Stadsmonitor. Een grootschalige bevraging die niet alleen beleidsinformatie oplevert, maar ook iets fundamenteels blootlegt over identiteit, trots en de emotionele band tussen mens en woonplaats.

Wat houdt de Gemeente-Stadsmonitor in?

De Gemeente-Stadsmonitor is een instrument waarmee de Vlaamse overheid gegevens verzamelt over het functioneren van steden en gemeenten. Jef Smulders, werkzaam bij dit project, legt uit waarom deze gegevens zo waardevol zijn en hoe ze worden ingezet voor beleid en besluitvorming op lokaal niveau.

“We maken geen ranglijst. Het is geen wedstrijd tussen steden of gemeenten, maar een manier om jezelf te kunnen vergelijken met anderen. Een spiegel, als het ware.”

De monitor helpt overheden om hun beleid beter te begrijpen en onderbouwd bij te sturen. De gegevens bestrijken domeinen zoals wonen, mobiliteit, leefmilieu, veiligheid, vrije tijd en betrokkenheid van inwoners.

“Wij leveren een brede set aan indicatoren aan… Gemeenten kunnen die gebruiken om te zien hoe tevreden burgers zijn over de groenvoorziening of hoeveel mensen de fiets nemen naar het werk.”

De data komen deels uit bevragingen en deels uit administratieve bronnen, in samenwerking met Statistiek Vlaanderen.

“Bijvoorbeeld Izegem, waar uit de monitor bleek dat er problemen waren met de netheid van de straten… Izegem heeft toen een veegmachine aangeschaft.”

Maar het is ook toegankelijk voor kleinere gemeenten; je hoeft geen data-expert te zijn om ermee te werken. De bevragingen geven inwoners bovendien een stem, waardoor statistiek en beleving samen een veel vollediger beeld geven.

“We blijven voortdurend werken aan de kwaliteit van de data, de gebruiksvriendelijkheid van het platform, en aan de relevantie van de indicatoren.”

In welke gemeente spat de trots er vanaf? En waar valt dat juist flink tegen?

De resultaten laten een mix zien van trotse en minder trotse inwoners. Benieuwd waar het lokale gevoel van geluk het grootst is en waar juist niet?
Bekijk de video en ontdek welke gemeente de kroon spant… en welke onderaan bungelt.

Niet elke gemeente is perfect

De West-Vlaamse gemeente met meer dan 32.000 inwoners en zo’n 22.000 tweede verblijven behoort tot de plekken waar de trots het grootst is. Eén van die trotse inwoners is Bernard Verroens. Als bekend gezicht in Knokke-Heist runt hij dit jaar al voor het 20ste seizoen zijn eigen strandbar.

Zonder toeristen zouden we niet kunnen bestaan, maar het is soms ook wat druk.

Bernard Verroens

Bernard is trots op de zee, het strand en zijn gemeente.
Toch is het leven in Knokke-Heist niet alleen zon en zee. Ook daar is niet alles perfect.

Onbewuste trotsheid in Boom

Hoewel de gemeente in de provincie Antwerpen niet hoog scoort op trots onder de inwoners, ziet kersverse ambassadeur Luc Verbeeck (64) toch een lichtpunt. Volgens hem geniet Boom internationale bekendheid en dat is mede te danken aan de inwoners zelf, vaak zonder dat ze het beseffen.

Ik ben een fiere Bomenaar en zo zullen ze mij mogen begraven.

Luc Verbeeck
Luc Verbeeck – ambassadeur gemeente Boom

Als ik geen trouwe Bomenaar was, had ik hier acht jaar geleden geen zaak gestart.

Jules Deleersnijder

Acht jaar lang runde Jules Deleersnijder ‘Schoenen Jules’, dat gespecialiseerd is in grote maten, en later ook ‘Schoenen Jules kids’ in het handelscentrum in de gemeente Boom. Hij is een verkoper in hart en nieren. Jules werd grootgebracht in een handelsfamilie die kleren en accessoires verkoopt. Maar in december vorig jaar sloot zijn kinderschoenenwinkel en in februari is zijn grote winkel voor grote maten failliet gegaan. Een klap voor vele Bomenaars.

Als ik een pint wil drinken of mijn boodschappen wil doen, dan doe ik dat altijd in Boom. Zo veel mogelijk hier.

Jules Deleersnijder

Boom zit in zijn hart, en dat laat hij niet los. Zelfs niet na een faillissement. In zijn ogen verdient Boom beter, en hij blijft ervoor strijden. Al ligt het puntje kritiek ook wel aan de inwoner zelf, denkt Jules.

Ben je benieuwd hoe trots men is in jouw stad of gemeente? Klik hier en ontdek hoe goed jouw stad of gemeente scoort.

Wil je dat anderen dit ook lezen? Deel!

Zeen is a next generation WordPress theme. It’s powerful, beautifully designed and comes with everything you need to engage your visitors and increase conversions.

More Stories
Foto ZNA
“Samen kunnen we het tij nog keren” De zorgsector vraagt om de besmettingskraan dicht te draaien